Nieuwe oogst Delpher: dr. Stephan Sturkop

De oogst van augustus 2019 van www.delpher.nl leverde weer eens een groot aantal hits op. Naast de al bekende sportfeiten over de tweeling Ans en Coks Sturkop en over dr. Stephan Sturkop (Deel III – hoofdstuk 22) valt over laatstgenoemde toe te voegen:

Dat hij deelnam aan hondententoonstellingen was reeds bekend, maar in juni 1912 wordt hij voorgesteld als lid van de Nederlandsche Vereeniging van Dwergspaniels. In 1918 wordt hij lid van de Kynologen Club Amsterdam. Dit vindt plaats in Café Former aan het Kleine Gartmanplantsoen. (Tezelfdertijd en -plekke wordt een zekere mevrouw S. Gobes, Weteringschans 110, lid van deze Kynologen Club Amsterdam. Zij blijkt Nanny (Marianne) van Buuren te zijn, echtgenote van Stephans achterneef Salomon Gobes, kleinzoon van Marianne Koopman Sturekop (Deel II – hoofdstuk 4). Toeval of gingen zij gewoon met elkaar om?).
In 1919 komt Stephans Prince Charles spaniël ‘Bob’ er bij die club goed vanaf, met onder meer een tweede prijs bij de reuen vanwege: ‘een hoog typische Prince Charles, met prima hoofd, ogen en oren, heeft een prachtige beharing en een zeldzaam mooi gangwerk, maar is helaas wat te groot’. Later in dat jaar krijgt Bob nog een vermelding van de keurmeester.

In verschillende vakbondsbladen komt uiteraard de ‘Kwestie Sturkop’ aan de orde. Ook de Vrijzinnig-Democratische Beweging plaats een lang artikel in haar blad, in 1925, wanneer een ander lid een oproep doet om geen stem uit te brengen bij de a.s. verkiezingen voor de Tweede Kamer, omdat ‘de heer Oud daar de handschoen opnam voor de controlerende geneesheer Stürkop te Amsterdam’. De redactie erkent dat hun de houding van deze geneesheer niet in alle opzichten sympathiek is. [] ‘Maar daar staat tegenover dat toen de heer Stürkop zijn taak aanving, die taak zeker een der moeilijkste was’ [].

Ook zien we wederom de bekende artikelen, nu in andere periodieken, over bijvoorbeeld de tentoonstelling over Drenthe in het Paleis voor Volksvlijt, Stephans benoeming tot secretaris van het comité Tentoonstelling van Zuid-Afrikaanse Producten, zijn deelname in het comité Huldiging Stadion 1937 en zijn inzet voor het H.L.O. De ‘Athletiekwereld’ meldt in 1937 het huwelijk van Stephans dochter Ans met Cor Ruurs, die K.N.A.U.-official blijkt te zijn.

Ten slotte een artikel uit oktober 1939, wanneer de directie van de Spoor- en Tramwegen een zilveren vloeimap krijgt aangeboden door de voorzitter van de Nederlandse vereniging van controlerende geneesheren, dr. Sturkop.

Nieuwe oogst Delpher: Nico Sturkop

De oogst van augustus 2019 van www.delpher.nl leverde weer eens een groot aantal hits op, met name over Nicolaas Robbert Sturkop (Nico, Deel III – hoofdstuk 25). Via het blad ‘Allen Weerbaar’ van de Koninklijke Nederlandsche Weerbaarheid-Vereeniging worden de twaalf jaren dat hij bij deze militie doorbracht geheel inzichtelijk. Het was al duidelijk dat hij zijn broer Stephan evenaarde als het op inzet, bestuurlijke kwaliteiten en inzicht aankwam. In die twaalf jaar bij deze vrijwillige militie toonde hij grote activiteit – en dat naast zijn toch al continue betrokkenheid bij de zwemsport, waar hij meermalen Nederlands kampioen schoonspringen werd en veelvuldig optrad als scheidsrechter bij het waterpolo. Verder zal hij in deze periode ook in de kost moeten hebben voorzien.
In november 1904 – in navolging van broer Stephan – doet Nico zijn intrede als lid van de Afdeling Amsterdam van de Nederlandsche Weerbaarheid-Vereeniging (toen nog niet Koninklijk). Hij was nog net geen zestien jaar. Afgezien van alle bezigheden die nergens staan vermeld heeft hij in de jaren 1905 en 1906 ‘kuildienst’ bij de schietoefeningen. Meteen al in 1905 volgt zijn opleiding voor korporaal en in augustus 1906 wordt hij dat ook. Precies een jaar later wordt Nico aangesteld als sergeant en krijgt hij zijn eigen sectie. In 1909 blijkt dat hij sergeant-foerier is van de Amsterdamse afdeling en begin 1915 wordt hij bevorderd tot sergeant-majoor-administrateur. Vlak voordat hij in 1917 overstapt naar het Zevende Regiment Infanterie wordt hij nog vaandrig, een rang die hij meeneemt naar de officiële Nederlandse krijgsmacht.

Daarnaast vervult hij lange tijd bestuurlijke functies voor de Vereniging. In november 1908, bijna twintig jaar oud, wordt hij als bestuurslid Tweede Secretaris der Afdeling Amsterdam. Al in januari daarop zien we hem als penningmeester van de Afdeling. Nico is 22 jaar als hij ondervoorzitter wordt en tevens afgevaardigde ter Algemene Vergadering. Hij blijft langere tijd ondervoorzitter van de Afdeling Amsterdam en begin 1913 komt daar zijn benoeming tot bestuurslid van de Koninklijke Nederlandsche Weerbaarheid-Vereeniging bij. Waarvan hij overigens als een tijdje secretaris blijkt te zijn.
Eind 1914 blijkt hij waarnemend voorzitter te zijn en in december 1914 wordt Nico wederom gekozen als ondervoorzitter van de afdeling Amsterdam. Tijdens zijn dienstjaren brengt hij tientallen nieuwe leden voor vereniging aan.

Dat hij uitblonk in schoonspringen en ook in waterpolo was allang bekend, maar nu blijkt hij ook vaardigheid in het schermen te hebben. In september 1907 slaagt hij voor Prevot op de sabel en al in januari 1908 behaalt hij het diploma Meester op dat wapen. Soms wint hij een prijs bij een schermwedstijd. Vanaf 1911 geeft hij al onderwijs in sabelschermen, wordt in 1913 toegevoegd aan de opleiding schermonderricht en in de jaren 1915 en 1916 geeft hij met een collega regelmatig leiding bij gymnastiek en schermen. Ook na aftreden als voorzitter van de Afdeling Amsterdam geeft hij nog leiding aan die takken van sport.
Hier vinden we tevens een nieuwe aanwijzing dat het schoonspringen is ontstaan aan uit gymnastiek, waarin Nico eveneens uitblonk.

We zien hem talloze malen bij oefeningen en diensten, zowel in de Oranje-Nassaukazerne als daarbuiten, zoals bij looproeven. De meeste daarvan sommen we hier niet op; ze staan vermeld in het genealogisch overzicht op de website. Er zitten ook avond- en weekenddiensten tussen: dat moet maar te combineren zijn geweest met zijn sportleven. Bij een van die oefeningen – nabij Bloemendaal – was het slecht weer, hetgeen het blad ontlokt: ‘Ook de korporaals bleken een stel oude juffrouwen te zijn; slechts de korporaals x en Sturkop waren aanwezig’. Hem worden ook allerlei opleidingen toevertrouwd, zoals de opleiding van rekruten en tot seiner en bij het geweerschieten. Ook zit hij in commissies in verband met wedstrijden, feesten, enzovoort en bij hem aan huis kan men de kaartjes afhalen.
Bij het schieten op Zeeburg is Nico vele jaren de baancommandant. Men kon verifiëren of de schietoefeningen al dan niet doorgingen: dan werd een blauwwitte kaart geplaatst voor o.a. het huis van sergeant, later de sergeant-majoor Sturkop aan de Willemsparkweg.

Al vroeg krijgt Nico het toezicht op allerlei administratieve taken. Wie een geweer moet ontvangen, moet dat hij hem melden, aan zijn huisadres aan de Willemsparkweg. In september 1908 verricht hij de financiële afhandeling van de Afdeling Amsterdam. Als foerier en afdelingsadministrateur is hij ook beheerder van het K. en U. (Kleding en Uitrusting). Hij had tevens de zorg voor de administratie van het sluiten van vrijwillige verbintenissen door de nieuwe leden.
Bij meerdaagse oefeningen verzorgde Nico de inkwartiering en organiseerde de geneeskundige hulp. Bij dat laatste zal hij zijn broer hebben geconsulteerd.
Een oefening biedt een aardig beeld van hoe de militairen eruitzagen: ‘De kisten moeten gezonden worden aan het adres van de sergeant-majoor-administrateur Sturkop, Kloosterkazerne te Breda. De troep moet zoveel mogelijk in het grijs gekleed zijn. Tenue: veldjas of tuniek, sjako of kepie, korte broek met grijze beenwindsels; in het blauw lange broek met zwarte kappen. De jekker moet worden meegenomen. Bewapening: karabijn M’95, bagagezak, broodzak en veldfles. Rijwiel met toebehoren’. En een andere keer: ‘De sergeant-majoor-administrateur begeeft zich met de vrachtauto de voorafgaande dag naar Gouda om de kisten in ontvangst te nemen en zorgt voor vervoer naar Breda’.
Ook inspecteert de sergeant-majoor Sturkop tijdens avondoefeningen de manschappen op de aan de leden uitgereikte wapenen en kleding- en uitrustingsstukken. ‘Aanvragen voor reparatie kunnen bij hem worden ingediend’.

(Het lijkt er overigens op dat men als vrijwilliger niet officier kon worden. De militaire tak van de vereniging viel onder het Zevende Regiment Infanterie.)

In december 1916 volgt zijn afscheid als voorzitter van de Afdeling Amsterdam: ‘Onze voorzitter, de heer Sturkop, gaat ons verlaten, de eertijds kranige beheerder van het K.U. Fonds dat – in vrijwel reddeloze staat verkerende – door hem tot bloei is gebracht. Pogingen van het bestuur om hem van dit voornemen af te brengen, konden niet baten. De heer Sturkop heeft het te druk met eigen zaken, moet weldra in actieve dienst en zal dan het presidium van de afdeling niet langer kunnen bekleden. Lang en trouw heeft hij de N.W.V., in het bijzonder de Afdeling Amsterdam, gediend.’ En: ‘Ik kan mij zelfs geen bestuur herinneren zonder hem. Ik geloof, dat er maar weinigen zijn in de N.W.V. die de zaak zo lang en zo regelmatig naar hun beste weten hebben gediend’.
Hij vervult in de eerste helft van 1917 nog zijn gangbare taken, maar in juni 1917 is de vaandrig Sturkop in zijn rang overgegaan bij de verplichte Landstorm en geplaatst bij het Depot Zevende Infanterie Brigade.