Walewijk, Mietje – Alias Maria Gomez

Nieuwsitem d.d. 8 juli 2016: Ik noem het oneerbiedig een ‘bijvangst’: je onderzoekt je eigen familie en krijgt een interessante, aangehuwde persoonlijkheid cadeau. Een genealogische speurtocht is altijd aardig om te doen. Eerder schreef ik al over de Amsterdamse operazangeres Mietje Walewijk (betreft Deel II – hoofdstuk 4 en Appendix), die algauw als Marie Walewijk en ten slotte als Marie Gomez door het kunstleven ging. Binnenkort verschijnt in drie edities een artikel van mijn hand over haar in Misjpoge. Dat zij de aandacht trok was omdat zij gehuwd was met ons familielid Jacobus (Kootje) Gobes. Haar leven was goed te volgen, omdat het digitale krantenarchief veel over haar te bieden heeft. Haar loopbaan in binnen- en buitenland is indrukwekkend. Door de enthousiaste medewerking van een medewerkster van de Universiteit van Amsterdam (zij beheert de archieven van het voormalige Theaterinstituut) dook niet alleen een toneelfoto van haar op, maar kunnen wij haar ook nog beluisteren via een bewaard gebleven geluidsfragment. Vanaf 1921 woonde het echtpaar Gobes-Walewijk in Brussel en tot medio de jaren dertig is haar loopbaan als zangeres, maar ook als zangpedagoge, goed te volgen. Daarna zwijgen de (Nederlandse) kranten, voor zover tot nu toe bekend. Onderzoek was hoe dan ook soms lastig, omdat vele anderen de naam Marie Gomez of Gomes dragen.

Maar ze dook op in de Surinaamse kranten. Daaruit leren wij dat zij en haar man in januari 1946, als repatriërende oorlogsvluchtelingen, naar Amsterdam varen. Even leek het erop dat zij lang in Suriname was gebleven, want naamgenoten van haar haalden de periodieken. Was zij toch in dat land gebleven en hoe is het met haar en de haren afgelopen? Eind februari kwamen zij echter in Nederland aan, maar dan stoppen de annalen. Een hint hielp ons verder: met hen reisde een zekere mevrouw Finkelstein-Gobes mee, met haar man en hun twee kinderen. We wisten al dat Marie Walewijk een dochter had, ergo… Omdat het voor de hand lag dat men zich weer in Brussel zou vestigen, werd gezocht naar die naam Finkelstein in België, echter zonder hits die Marie op het spoor zouden brengen. Het Rijksarchief in Brussel bood concrete aanwijzingen: zij maakte zowel de achternamen als de voornamen bekend van de dochter en die van haar echtgenoot en hun zoon en hun dochter. De dochter van Marie kon al niet meer in leven zijn, maar met behulp van de voornamen van de kinderen werd de speurtocht via internet voortgezet. Beiden bleken helaas overleden te zijn, maar in het overlijdensbericht van de dochter (zij was in 1944 in Suriname geboren) stond de naam van haar echtgenoot. Ook diens woonplaats stond er bij en dus kon het telefoonboek worden nagepluisd. Hem een brief gezonden, waarop met verbazing werd gereageerd. Maar hij was inderdaad de weduwnaar van Marie’s kleindochter. Dit contact resulteerde erin dat ook de weduwe van de kleinzoon van Marie zich kon mengen in de uitwisseling van gegevens. Foto’s kwamen ter beschikking – waaronder van Kootje Gobes, die een treffende gelijkenis vertoont met de beschrijving die een familielid mij lang geleden van hem af. Maar ook andere wetenswaardigheden, zoals het voortzetten van Marie’s werk als zanglerares na de oorlog en haar ontmoeting in Parijs met Pablo Picasso. Momenteel wordt in België een relaas van bijna 250 pagina’s doorgeworsteld, waarin Marie’s dochter de vlucht uit België heeft beschreven en hoe men uiteindelijk, na te voet de Pyreneeën te zijn overgestoken, zich in Spanje kon inschepen naar Suriname. Ondanks deze toegevoegde informatie blijkt weer eens hoe snel familiegeschiedenis in de vergetelheid raakt: de Belgische nazaten zijn stomverbaasd over de loopbaan van Marie Walewijk, die bij hen allang was vervaagd of zelfs geheel verdwenen was.