Krantenberichten

Nieuwsitem d.d. 16 juli 2017: De website www.delpher.nl stelde in juni 2017 een nieuwe oogst aan gedigitaliseerde tijdschriften beschikbaar, waarin de namen Sturkop en Sturhoofd veelvuldig voorkomen. In de nieuwsitems van 7 en 14 juli was daarover al een en ander vermeld; hier volgt de rest.

Jansje Sturkop (betreft Deel III – hoofdstuk 14) had, zoals bekend, het Joodse geloof verlaten en was Remonstrants geworden. Haar naam komt een aantal malen voor in De Christenvrouw, het orgaan van de Nederlandse Christen-Vrouwenbond. In mei 1927 werd Mevrouw Mijsberg-Sturkop ingeschreven als nieuw lid. In maart 1929 konden geïnteresseerden voor de leeskring zich bij haar opgeven; zij was de bibliothecaresse van de vereniging. Zij zat in het bestuur van de afdeling Bussum, althans dat blijkt uit haar aftreden uit dat bestuur in december 1932. In oktober 1934 werd zij namens de afdeling Bussum afgevaardigde in het comité ‘Magdalena-fonds’, dat werd gesticht om leden bij ziekte of behoefte aan rust financiële of andere hulp te verlenen. In juni 1935 zij genoemd als propaganda-adres voor dat fonds. Jansje is de enige naamgenoot die vaak vermeld staat als Stürkop.

Van Salomon Sturkop (betreft Deel II – hoofdstuk 10) was bekend dat hij zonder testament was overleden. Bij zijn dood in 1884 liet hij geen onroerend goed na, maar in 1873 (Kaapse tijd) kocht hij, als lid van een combinatie van diamantbewerkers, stadsgrond, teneinde daarop woningen te laten bouwen. De bondshistoricus voegde hieraan toe: ‘Waar blijven nu de lieden, die altijd de mond vol hebben over de verkwistende, aan-bankjes-zus-en zooveel-hun-sigaar-aanstekende-diamantslijpers?’ en ‘…want de meerderheid van ons industrieel voorgeslacht bestond uit fatsoenlijke mensen, die stellig het zich aan weinig zullen hebben laten ontbreken (waartoe ook geen reden bestond), doch allerminst een troep brooddronken geldsmijters vormden’. Het kan dus zijn dat er wel degelijk onroerend goed was, dat ‘geruisloos’ overging naar zijn weduwe of naar zijn zoon Isaäc. Van Isaäc weten wij dat hij een zeer vermogend man werd.

Over Stephan Sturkop (betreft Deel III – hoofdstuk 22 en het boek ‘Arts op vele fronten’) was het meeste al bekend. De tijdschriften bieden veel herhaling, maar sommige vermeldingen voegen nog het een en ander toe. Het blad De Arbeid (Revolutionair Weekblad van het Nationaal Arbeids-Secretariaat in Nederland) schrijft (of citeert) soms andere linkse bladen, zoals De Tribune en Het Volk. In 1925 kopt het blad met ‘De ongeneeslijke Sturkop’, een artikel waarin zijn vaardigheid als bokser nog eens aan de orde komt: ‘Een zieke ambtenaar werd door dokter Sturkop begroet met ‘de welwillende veronderstelling, dat zijn ziekte zeer waarschijnlijk het gevolg was geweest van het aanlokkelijke nazomerweer en feestelijke stemming, waarin de stad verkeerde en wel bestaan zou hebben in een wandeling door Amsterdams feestvierende straten’. Er staat ook nog een zinsnede ‘dat vandaag of morgen een wat minder flegmatiek aangelegd slachtoffer … maar liever er toe overgaat de ‘kampioen bokser’ en oplawaai te geven, die hem althans voor enige dagen onschadelijk maakt. De man heeft reeds enige ervaring op dit gebied … misschien komt het een volgende maal wat harder aan!’ Het artikel besluit: ‘Meneer Sturkop, die kop van jou schijnt vervloekt hardleers te zijn’. Er is ook een onduidelijk artikel met de kop ‘Het concern Waldeck-Pyrmont – Van Mecklenburg – minister Kan – doctor Sturkop – Stenhuis – Steenvliet.’ Dat artikel lijkt erop te duiden dat Stephan Sturkop banden had met Koningin-Moeder Emma en Prins Hendrik. Dat hij Minister Kan (de vader van Wim Kan) kende en ook een oude maatschappelijke binding had met Prins Hendrik wisten we al. De reden waarom zijn naam in dit verband wordt genoemd blijft vaag. In 1928 beveelt De Arbeid de Nederlandsche Vereeniging van Spoor- en Tramwegpersoneel aaneen kunstgebit aan te schaffen, omdat die organisatie geen tanden toont in zijn optreden tegen ‘de dictator’ dr. Sturkop. Stephan Sturkop blijkt ook bedrijfsarts te zijn geweest bij de Electro Zuurstoffenfabriek, aldus De Syndicalist(Weekblad van het Nederlandsch Syndicalistisch Vakverbond) in 1926. Iets later bericht het weekblad over een staking bij deze fabriek; een der eisen is dat de controle door dr. Sturkop ophoudt. Er dook een aardige, zij het vage foto op uit 1928 in Het Noorden in Woord en Beeld: Het voltallige comité Drentsche Venen poseert in het Paleis voor Volksvlijt. Het Maandblad van het Centraal Bureau voor Statistiek meldt in 1918 de oprichting te Amsterdam van een vereniging van geneeskundigen, welke is belast met de uitoefening van controle op de uitkering van gelden bij ziekte of ongeval. Aan dr. S. Sturkop is het secretariaat opgedragen van deze vereniging. Het Tijdschrift voor Verloskunde vestigt in 1914 de aandacht op het eerste nummer van ‘Ons Kind’, onder redactie van dr. Sturkop. Genoemd worden o.m. het stukje over het ingeven van geneesmiddelen aan kinderen (door redacteur Sturkop) en een reproductie van het schilderij ‘Moeder met slapend kind’ van Simon Maris. (Maris behoorde tot de groep kunstenaars met wie Stephan Sturkop nauwe banden had.) ‘Het geheel ziet er keurig en goed verzorgd uit; ook de omslag maakt een aangename indruk. En tot slot biedt hetWeekblad van het Recht in 1918 een uitvoerige behandeling van de reeds bekende rechtszaak waarin dr. Sturkop als getuige optrad. Voornamelijk bekende feiten, maar soms een beetje ‘nieuw’ belicht. In het Weekblad van den Algemeenen Nederlandschen Diamantbewerkersbond wordt medio 1897 een zekere M. Sturkop genoemd als wanbetalers m.b.t. de bondskas. Hij werkt bij de fabriek Van Moppes.

Waarschijnlijk is dit Maurits (Mozes) Sturkop (betreft Deel II – hoofdstuk 26), de oudere broer van mijn opa, die op jonge leeftijd stierf: hij woonde toentertijd bij zijn oom Isaäc Sturkop, die ook bij Van Moppes werkte. In datzelfde Weekblad staan nogal wat familieberichten, die vaak wat meer licht doen schijnen op de familierelaties. Die gegevens worden t.z.t. verwerkt in de database. Voorts treffen we een groot aantal, vaak zeer lange lijsten aan in het Weekblad van den Algemeenen Nederlandschen Diamantbewerkersbond. Ze bevatten de namen van hen die aan allerlei fondsen hebben bijgedragen of juist een uitkering wegens werkeloosheid of ziekte en ongeval ontvingen. Met vele bekende namen uit onze genealogie. Bij al deze vermeldingen stonden de ontvangen of uitgekeerde bedragen. Vooral bij de uitkeringen zal het niet altijd prettig zijn geweest je naam erbij te zien. Maar het gold voor velen, dus je was niet de enige die hiermee openbaar werd gemaakt. De ANDB heeft in de loop der jaren verschillende fondsen gekend, waaraan diamantbewerkers konden bijdragen. De gegevens hieronder zijn die welke in het weekblad werden aangetroffen; er zullen vast enkele aan de aandacht zijn ontsnapt. Ook deze informatie zal t.z.t. worden verwerkt in de database. Wel is hier te vermelden dat we hierdoor zien bij welke fabrieken of bazen onze naamgenoten werkten en voor welke bedragen zij moesten rondkomen. Zo maken we kennis met ‘het personeel van Sturkop & Veerman.

De ANDB besteedde veel geld aan uitkeringen. Vooral Isaac Sturkop (betreft Deel II – hoofdstuk 27) werd door dat fonds veelvuldig ondersteund. Daaruit wordt duidelijk dat hij kennelijk een niet al te sterke gezondheid had. Ook werd uitgekeerd bij bevallingen en overlijden.

Ook over de diamantbewerkers binnen de familie Sturhoofd werd tamelijk veel geschreven. Vermeldenswaard zijn de vermeende handelswijzen van Jacobus Sturhoofd (betreft Deel II – hoofdstuk 38) en de nadere successen van Marcus Sturhoofd (betreft Deel III – hoofdstuk 26) op hoog niveau in de damsport. Ook hun gegevens zullen worden opgenomen in de genealogische database.