Sturkop, Alexander – Lotgevallen WO-II

Nieuwsitem d.d. 1 april 2014: Van Alexander Sturkop (betreft Deel III – hoofdstuk 33) was al bekend dat hij na de bevrijding van Bergen-Belsen, nog in de laatste meidagen, bezweek. We vermoedden dat hij met hetzelfde transport als Anne Frank vanuit Auschwitz naar Bergen-Belsen was getransporteerd, maar dat ligt heel wat complexer. Nu zijn ook de gegevens uit de Duitse concentratiekampen beschikbaar:

Alexander werd op 24 maart 1943 in Amsterdam gearresteerd en op 25 maart naar Vught overgebracht. Daar is hij nagenoeg een jaar gebleven.In Vught moet hij in juni 1943 nog het kindertransport naar Auschwitz hebben zien vertrekken, waarmee zijn achternichtje en -neefje Maria en David Sturkop hun einde tegemoet gingen. Eind maart 1944 kwam hij in Auschwitz terecht. Van 28 april tot 8 mei 1944 en nog een klein aantal dagen in begin juni was hij tewerkgesteld in de bouw van het ziekenhuis van Monowitz, een nevenkamp van Auschwitz, waar het beruchte IG Farben zijn fabricage had. Op 22 januari 1945 werd hij overgebracht naar het ‘Kommando Ohrdruf’, waar hij op 7 maart voor het laatst geregistreerd was. In  Ohrdruf, een buitenkamp van Buchenwald, waren bijna twaalfduizend dwangarbeiders aan het graven gezet van een uitgebreid tunnel- en bunkerstelsel. Op 2 mei 1945 moest het grootste deel der gevangen, onder bewaking van de SS, een voettocht van 51 kilometer naar Buchenwald maken. Deze tocht stond later bekend als de Todesmarsch: tallozen stierven onderweg of werden door de SS doodgeschoten. Alexander Sturkop moet dit hebben overleefd en na korte tijd in Bergen-Belsen zijn aangekomen. Dat hij daar alsnog bezweek, aan uitputting en mogelijk verwondingen of ziekte, zoals tyfus, ligt voor de hand. Zijn vrouw en zoons waren al eerder om het leven gekomen, op verschillende tijdstippen en ver van elkaar, in Sobibor, Auschwitz en ‘ergens in Polen’, zoals dat later werd vastgelegd. Hij stond niet alleen geregistreerd als ‘jood’, maar ook als politiek gevangene. Het is niet ondenkbaar dat hij in een vorm van verzet zat of misschien het communisme aanhing. Alexander Sturkop beoefende volgens de Duitse gegevens beroepen uit als diamantslijper, timmerman en hij werkte bij een matrassenstopperij. Maar in Buchenwald stond hij te boek als schilder.

Van Alexanders zoon Nathan Sturkop was het lot grofweg al bekend. De oudste, Mauritz Sturkop, zo blijkt nu, belandde al op 31 juli 1942 in Auschwitz. Dat hij daar op 30 september van dat jaar werd gedood, betekent dat hij nog twee maanden in dat onheilsoord heeft moeten doorbrengen. Ook over Lodewijk Sturkop (betreft Deel III – hoofdstuk 21) is nu meer bekend. Hij kwam op 10 december 1942 in Kamp Westerbork aan en heeft daar nog ruim een maand doorgebracht. Op 18 januari 1943 zat hij op het transport naar Auschwitz, waar hij direct na aankomst, op 21 januari is vermoord.