Analyse gezin Schreeuwert et al

Isaac Emanuel Schreeuwert en zijn zoon Emanuel Isaac traden op als getuigen bij een geboorte en een overlijdensgeval in het gezin van hun buurvrouw in de Verwerstraat Sara Hijman Sturhoff (Sturhoofd). Vandaar enig onderzoek naar die familie. Het startpunt was de naamsaanneming.
Het zoeken wordt sterk bemoeilijkt door de grote variatie in de spelling van de naam en soms werden zelfs geheel andere namen gebruikt, zoals: Schreeuwer, Schrewert, Schreever, Schreuver, Cohen, Cohen Schrewert, Amesfoort, e.a.

Isaac Emanuel Schreeuwert en Beletje Levie Visschraper (beiden nog zonder de later aangenomen familienamen) traden in 1804 in ondertrouw – er werd echter niet gecompareerd –, toen ze al op Marken in de Verbrande Bakkergang woonden.

Commentaar: naamsaanneming.
Sterk de indruk dat niet te veel waarde moet worden gehecht aan de namen van de drie kinderen Schreeuwert die bij de naamsaanneming in 1811 werden genoemd:
1 – Hannaatje, geboren rond 1804.
2 – Kaatje, geboren rond 1806.
3 – Jannetje, geboren rond 1809.

Bekend is dat:
a – de ambtenaar vaak maar iets opschreef, ook al omdat de namen met Jiddische tongval niet helemaal werd verstaan;
b – de Nederlandse namen niet overeenstemden met de voornamen die in Joodse kring werden gebruikt;
c – soms dezelfde voornaam werd gebruikt voor meerdere kinderen in hetzelfde gezin; zie mijn artikel op https://sturkop.nl/publicaties/

Wat die kinderen betreft (de volgende conclusies zijn niet 100% zeker, maar m.i. de meest waarschijnlijke):

1 – Hannaatje (1804): die naam is in de Burgerlijke Stand en het Bevolkingsregister later niet meer aangetroffen. Wel is er een overlijdensakte uit 1817 van Hanna Emanuel Amersfoort. Volgens een andere genealoog is dit Hanna Schreeuwert is. De naam Amersfoort werd vaker in de familie gebruikt. De leeftijd is 13 jaar en haar ouders zijn Emanuel Isaac Amerfoort en Diena Levie.
Aanname: ‘Hannaatje’ is op de leeftijd van 13 jaar is gestorven.

2 – Kaatje (1806): ook die naam is in de Burgerlijke Stand en het Bevolkingsregister later niet meer aangetroffen. Wel komt Jansje Emanuel Schreeuwert voor en volgens alle akten en registers stamt zij uit 1806. In ‘Joodse voornamen in Amsterdam’ komen Kaatje en Jansje niet als synoniemen voor. Maar ‘Kaatje’ is wel de enige die in aanmerking komt om later burgerlijk als ‘Jansje’ door het leven te gaan.
Aanname: ‘Kaatje’ is degene is die later als ‘Jansje’ door het leven gaat.

3 – Jannetje (1809): ook die naam is in de Burgerlijke Stand en het Bevolkingsregister later niet meer aangetroffen. Daarentegen zien we Judik Emanuel Schreeuwer. ‘Judik’ is een bekend synoniem voor ‘Jannetje’. Aangenomen wordt dat ‘Jannetje’ degene is die later als ‘Judik’ door het leven gaat. Dit wordt nog versterkt door het volgende. In 1812 wordt Judic Emanuel Schrewert geboren; het kind overlijdt in 1813. Overigens kwam ‘Jannetje’ op 20-11-1909 als ‘Judith Emanuel Cohen-Amisfoort’ ter wereld. Met als andere naam: Jent. Dat lijkt wel erg op ‘Jannetje’.
Aanname: ‘Jannetje’ uit 1809 wordt na dit overlijden verder ‘Judik’ genoemd.
De namen in mijn genealogisch bestand dienovereenkomstig aangepast, met behoud van de bovengenoemde aliassen uit 1811.

De levens van Jansje (was: Kaatje) en Judik (was: Jannetje) zijn daardoor verder goed te volgen.

Andere kinderen:
Dochter Judic Emanuel Schrewert (1812-1813). Zie hierboven.
– Er zou een zoon Jacob Emanuel zijn geweest, met de achternaam Schreever. Van hem geen gegevens in de Burgerlijke Stand gevonden.
– Dochter Sara Emanuel Schreuver (1815-1816).
– Zoon Abraham (1825-1828).

Volwassen geworden dochters.
Van de kinderen werden dus alleen Jansje en Judik volwassen. Van Judik – die in Rotterdam woonde – vond ik geen overlijdensgegevens. Beide dames hadden – evenmin als hun ouders – geen rijk leven.
Jansje woonde en overleed in de arme buurten. Zij verdiende na de dood van haar veel oudere man, kort na hun huwelijk, de kost als wattenkaartster. In 1840 was zij al de ongehuwde moeder geworden van een zoon; met haar echtgenoot kreeg zij in 1851 nog een zoon.
Judik trouwde in Rotterdam met een muzikant die haar verliet en zij werd daar – als ‘verlaten huisvrouw – kroeghoudster. Later keerde zij terug naar Amsterdam, om ten slotte in 1881 weer in de Maasstad te belanden.

Verscheurd gezin?
De geboorte van de bovengenoemde Abraham Schreeuwer werd aangegeven door een vroedvrouw en twee bekenden van de moeder. Dus niet door de vader. Die vader wordt ook helemaal niet genoemd in de akte; Abraham is de zoon van Beletje Levie Schreeuwer. Als hij drie jaar later in Ommen sterft, dan wordt zijn vader Emanuel Isaac Schreeuwer wél genoemd. Abrahams moeder en hijzelf vertoeven dan in de Kolonie De Ommerschans (een ‘Kolonie van Weldadigheid’, waar bedelaars, landlopers en ‘onwilligen’ gedwongen werden tewerkgesteld), terwijl de vader Emanuel in Amsterdam als visdrager aan de slag zou zijn.
In 1829 wordt Abrahams overlijden echter ingeschreven in Amsterdam en dan wordt hij wél genoemd als zoon van Emanuel Schreeuwer en van Belletje Levie, koloniste in Ommerschans.

Lot van Emanuel Isaac Schreeuwer.
De overlijdensgegevens van Emanuel Isaac Schreeuwer heb ik niet kunnen traceren, misschien vooral vanwege de vele naamvarianten. Zeker is dat hij in 1828 nog leefde en in 1850, toen hun beide dochters trouwden, niet meer. De bijlagen bij het huwelijk van hun dochter Jansje bevatten geen overlijdensgegevens van haar ouders. Dochter Judik trouwde in Rotterdam.

Lot van Beletje Levie Vischschaper.
Ik stuitte op haar overlijdensakte: Beletje stierf op 21 januari 1848 in Amsterdam, als weduwe van Emanuel Schreeuwert. Aan www.bonmama.nl danken wij de informatie over haar leven in de ‘Kolonie van Weldadigheid’. Zij en haar zoontje Abraham werden op 24 november 1827 ingeschreven in het bedelaarsregister van de Kolonie ‘De Ommerschans’. Het lijkt erop dat het gezin zonder inkomen zat en dat Beletje is opgepakt wegens bedelen, maar ze kan ook alleen zijn komen te staan. Een van de weinige malen dat men uit die tijd een signalement van een vrouw tegenkomt: 1.40 m., grijsachtig haar, blauwe ogen, platte neus, een gewone mond gewoon en een ronde kin.
Op 15 augustus 1831 werd zij overgeplaatst naar het meer algemeen bekende Veenhuizen, waar zij op 21 april 1834 werd ontslagen. Beletje had wellicht een vak geleerd of in Amsterdam werden inmiddels betere omstandigheden voor haar verondersteld. Zij zal zijn teruggekeerd naar de hoofdstad. Het huwelijk van haar beide dochters heeft zij niet meer meegemaakt.

De genealogische gegevens worden bijgehouden via updates op mijn website. De eerstvolgende update is gepland voor de herfst 2019.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *