Familie Keizer-Waterman

Het boek ‘Van Keizers & Watermannen’ – Relaas van twee Amsterdamse families.

In 2017 kwam ik na een korte speurtocht in contact met een Joodse dame van Nederlandse oorsprong uit Chicago. Zij emigreerde in 1951 met haar ouders en de grootouders aan moederszijde. Twee zussen waren hen kort na de oorlog voorgegaan met hun partners; twee broers zouden hen met hun gezinnen nog volgen.
Mijn belangstelling voor hen bestond al veel langer, want een zekere Marcus Sturhoofd was gehuwd met Grietje Waterman en deze Grietje was een zus van de tweelingbroers Maurits en Meijer Waterman, die gehuwd waren met de zusters Estella en Frederika Keizer. Meijer en Frederika Waterman waren de ouders van mijn bovengenoemde correspondente, die ik inmiddels al ontmoet heb.
Het bleek dat de familie Keizer in Amsterdam een zaak had in leder- en rubberwaren en schoenfournituren, een bedrijf dat uitgroeide tot een N.V. Een filiaal van dat bedrijf stond om de hoek van waar ik woonde en ik moet er talloze malen zijn voorbijgelopen.
De belangstelling voor de wederzijdse genealogie bleek groot. Haar en mijn informatie leverden een omvangrijk levensverhaal op van een uitgebreide familie. Onlangs rondde ik dit af in de vorm van een rijk geïllustreerd boekje van bijna honderd pagina’s. Het boek wordt momenteel in de USA gelezen door mijn correspondente en haar 99-jarige tante, de jongste van de vier zussen Keizer.
Waarom dan op deze plaats melding daarvan? De geschiedenis van de families Waterman en Keizer is niet alledaags, vooral qua opeenvolging van gebeurtenissen, zoals:
1. Samuel Keizer (de bovengenoemde grootvader) begon als schoenmaker, maar zijn nering groeide uit tot een succesvolle onderneming.
2. Hij emigreerde in 1907 met vrouw en oudste dochter naar Londen, waar hij zijn zaak begon. Er volgden daar nog vijf kinderen, die allen de Britse nationaliteit hadden: een der twee redenen dat zij de oorlog overleefden. In 1924 was het gezin weer terug in Amsterdam.
3. Keizer was in staat Sperren te kopen. Ondanks enkele malen in Westerbork te zijn terechtgekomen, zorgden die Sperren plus de nationaliteit er ten slotte voor dat zij als Britten werden overgeplaatst naar het Franse Vittel, waar een interneringskamp was ingericht voor Britse en Amerikaanse onderdanen. Niet alleen de vijf ‘Britse’ kinderen, maar ook hun ouders en partners (en bovengenoemde correspondente uit Chicago) ontkwamen hierdoor aan verdere deportatie. In 1944 werden zij door de Amerikanen bevrijd.
4. Een zoon was al voor de oorlog terug naar Engeland verhuisd. De andere zoon zat al in de trein naar Auschwitz, toen zijn Britse nationaliteit ter sprake kwam; hij werd overgebracht naar kamp Kreuzberg en vandaaruit later naar Engeland.
5. De oudste dochter, de enige die geen Brits paspoort had – ik schreef hierover reeds op 19 september 2018 in dit forum – kwam met haar man in Bergen-Belsen terecht. Zij werd met vele anderen in een trein oostwaarts gebracht. Op 13 april 1945 werden zij door de Amerikanen bevrijd, nadat de trein in Farsleben, vlak bij de Elbe, was aangehouden. In juni kwam zij weer terug in Nederland.
6. De familie kwam dus uiteindelijk in de USA terecht. Alleen de oudste dochter bleef – na enkele jaren Indonesië – in Nederland.
7. Op zich is ook het reilen en zeilen van deze Nederlanders in de USA belangwekkend.
In het boek is dit alles uitvoerig uitgewerkt, maar ik kan er niet omheen hier de bovenstaande samenvatting te geven.

Quite a number of Dutch Jewish persons in my genealogy went tot he UK, many of them to remain there. For an example: see Shemot of September 1999. The next text is about how British passports saved the life of a Dutch Jewish family during World War II.
In 1907, a young couple came from Amsterdam to London, with their baby daughter. Samuel Keizer was a shoemaker and he and his wife Dinah Rooselaar became the parents of three more daughters and two sons in London. Sam started a business in shoemaker’s appliances and in leatherware. In 1924, this family of eight returned to Amsterdam, where Samuel started a similar business, which became quite successful.
Not long after World War II broke out, members of this family were deported, as from 1942, to the Dutch transit camp Westerbork. Two of the daughters were already married and their Jewish husbands had to go with them. The oldest son had returned to the UK already before the war. Samuel and Dinah Keizer and their children spent quite some time in Westerbork. The first husband of the youngest daughter was murdered in Mauthausen, shortly after their marriage.
From Westerbork, the majority of Jews were deported to places such as Auschwitz and Sobibor. Stella, the oldest daughter, the only child without a British passport, because she was born in The Netherlands, and her husband were sent to Bergen-Belsen. The husband did not survive there, but when the liberators approached Bergen-Belsen, Stella was put with 2500 others in a train that transported them to the East, with the intention to dispose of them before the allied troops could witness their deplorable condition. At a small village named Farsleben, American troops halted the train and liberated its ‘passengers’. Stella passed away in Amsterdam, in 2003, 97 years old.
The youngest son Keizer was already on the train to Auschwitz, when he proved that he had a British passport. He was then brought over to the concentration camp Kreuzberg in Germany. Kreuzberg was one of the camps where British and American prisoners were assembled to become exchanged with Germans in British and American custody. Eventually, he was transported to the UK.
There was another such camp: Vittel in France, a Spa, where British and American prisoners (and other foreigners) were concentrated as valuable assets to get Germans back from the UK and elsewhere. That is were the rest of the family was transported to from Westerbork. Life in Vittel was not as hard as in other camps, although they had to live there as prisoners. Their British passports were the main reasons for their rescue; the other reason was that Samuel Keizer had been able to buy – for a huge sum of money – so-called Sperren for 11 persons of his family, a paper that prevented their deportation. For the time being, as it could be read on that paper. The family, including two of the husbands and the young granddaughter of Sam Keizer, were liberated by the Americans in September, 1944. They had to stay in another camp in France until the rest of The Netherlands was liberated. In June, 1945, they returned to Amsterdam.
Not long after the war all of them emigrated to the United States. The sons and their families joined them from the UK. Sams daughters in the USA lived there for a long time: they were 103 and 98 when they died. The two brothers did not die at a very young age either. The young granddaughter who was mentioned above is my correspondent in the USA now and her aunt, the youngest of the Keizer sisters, is reading the book I wrote about the family. In Dutch. She is 99 years…
Thanks to British passports.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *