Memorabel

Van iedereen is wel iets – of veel – interessants te vertellen; de meest interessante feiten en gebeurtenissen staan over het algemeen niet in de archieven. Over de hieronder genoemde personen bestaat echter dusdanig opmerkelijke informatie, dat zij in de onderstaande artikelen zijn uitgelicht.

Deze personen staan alle weliswaar beschreven in de genealogie Sturkop & Sturhoofd, maar zij worden op deze plek uitgelicht:

Adler, Maurice.
Dondorp Isaäc.
Gobes Eliazer.
Gobes Jacobus.
Gomez Maria.
Goudal, Jetta (Julie Henriëtte Goudeket).
Goudeket, Estella.
Goudeket, Maurice.
Judels Nathan.
Knocker William.
Nieuwkerk Mozes Barend.
Nijkerk Mozes Barend.
Raap (van) Salomon.
Stom, Ben.
Stom, Christiaan.
Stom, Jacobus Theodorus.
Sturekop Marianne.
Sturkop Duifje.
Sturkop Esther.
Sturkop Schoontje.
Sturkop, dr. Stephan.
Voorzanger, Louisa Benjamin.
Walewijk Mietje.


Mozes (Maurits) Adler – Topwielrenner – Tweemaal Europees kampioen – Ondernemer.
Maurice Adler heeft een plaats in de genealogie als de jongere broer van Lina en Minna Adler. Lina trouwde met Joseph Judels en Minna was gehuwd met Maurits Roeg, beiden naaste (aangehuwde) familie van de diamantair Isaäc Sturkop en diens zoon dr. Stephan Sturkop. Maurits – hij veranderde zijn voornaam in Maurice – werd in 1873 geboren in Parijs als zoon van Nederlandse ouders, maar groeide op in Amsterdam. Op 16-jarige leeftijd debuteerde hij als wielrenner en hij werd in een krant een ‘pootige’ amateur genoemd, die vooral op de driewieler succesvol was. Zijn belangrijkste wapenfeit als wielrenner was het 24-uurrecord op de driewieler. In één etmaal legde hij 353 kilometer af. Het racen op de driewieler was voornamelijk een Britse aangelegenheid. Daar kwamen de cracks vandaan en daarom is Adler, ondanks het feit dat hij twee maal tot de beste van Europese continent werd gekroond, nooit wereldkampioen geweest. Wel was hij ‘Eerelid der London County Cycling Club’. Zijn loopbaan als wielrenner duurde maar vier jaar; ‘hij zeide daarna de baan vaarwel en begaf zich in den handel’. De ondernemende jongeling trouwde (zijn tweede huwelijk) met de oudste dochter van rijwielfabrikant Van den Brink uit Zeist, die kort daarvoor de merknaam Wilhelmina had gedeponeerd. Adler werd medevennoot in het bedrijf en de voortvarende schoonzoon zorgde er voor dat de firmanaam werd gewijzigd in Adler & Van den Brink. Toen de fabriek in Zeist afbrandde, verhuisde Adler de boedel naar Amsterdam om daar onder verschillende merknamen fietsen te gaan produceren voor de export. Dat kwam voornamelijk neer op Nederlands Indië. Als merknamen voor zijn producten koos Adler namen als Colonia en Atlas, die enigszins op zijn core business van toepassing waren. De merknaam HIMA was een afkorting van Handel- en Industrie Maatschappij Adler. Op sportief gebied was hij ook nog actief als organisator van de Ronde van Nederland. Dat heeft hij twee keer gedaan en wel in 1915 en 1916, midden in de Eerste Wereldoorlog. Die organisatie was bedoeld om reclame te maken voor zijn producten en dan met name voor zijn Hima-fietsen. Naast de rijwielhandel begon Adler ook zaken met motoren en automobielen, waarvoor hij ook handel dreef in de Verenigde Staten. Al in 1911 zien wij hem in New-York aankomen, waarbij hij ook zijn zwager Maurits Roeg en zus Minna zal hebben bezocht, evenals verwante personages in de toneel- en filmwereld.
In zijn genealogische persoonsgegevens zijn meerdere feiten en afbeeldingen over en van hem opgenomen.

Dit werpt tevens nieuw licht op het feit dat Isaäc Sturkop en diens zoon Stephan (en later ook zoon Nico) in 1895 werkend lid van de net opgerichte wielrijdersbond ANWB werden. Isaäc Sturkop was zwager van Minna Adler en haar echtgenoot Maurits Roeg. Omdat Isaäc in 1881 trouwde en Minna in 1892 (Lina Adler trouwde al in 1888 met Isaäcs verwant en zakenpartner Joseph Judels) vallen deze gebeurtenissen samen met de hoogtedagen van Maurice Adlers wielrennerssuccessen. Daarmee lijkt de belangstelling voor de wielersport van vader en zoon Sturkop wel verklaard. Stephan Sturkop was – veel later – vele jaren de sportarts bij de Wielervierdaagse in Amsterdam.


 Jetta Goudal – Julie (Jetje) Henriëtte Goudeket – Filmdiva – Vakbondsactiviste – Binnenhuisarchitecte.
Omdat Jetje Goudeket aangehuwde familie was van de familie Sturkop had zij mijn bijzondere belangstelling. Het boek ‘Diva’ van Erik Brouwer beschrijft uitgebreid het leven van deze Amsterdamse, die furore maakte in Hollywood en sterren zoals Gloria Swanson en Pola Negri naar de kroon stak. Dat boek doet uitvoerig en helder recht aan haar bewogen leven. Wat in het boek hoogstens zijdelings aan de orde komt is hoe haar interesse voor de toneelwereld ontstond en ook waarom zij zich in de USA van een Frans accentje bediende. We weten dat Jetta altijd beweerde dat haar wieg in Frankrijk had gestaan.

Te beginnen met dat tweede: van Erik Brouwer vernamen we dat de jeugdige Jetje regelmatig de trein naar Parijs nam, waar haar oom en tante zich met hun drie kinderen hadden gevestigd. Haar neven Willy en Maurice Goudeket waren in Parijs geboren, waar Jetta’s oom Salomon de kost verdiende als diamantkoopman, net zoals Jetta’s vader dat in Amsterdam deed. Salomon Goudeket was gehuwd met de Franse pianiste Berthe Bondy. In 1892 vestigde het gezin zich weer in Amsterdam, waar in 1893 Jetje’s nichtje Estella Goudeket ter wereld kwam. Zij woonden niet ver van Jetje’s ouderlijk huis. Toen oom Salomons gezin in 1900 terug naar Parijs verhuisde, had Jetje – zij was toen bijna negen jaar – haar neefjes en nichtjes dus ruimschoots kunnen leren kennen. Toen zij wat ouder was reisde ze met enige regelmaat naar Parijs en zonder twijfel is zij sterk beïnvloed door haar familieleden in die stad. Bekend is dat haar ‘Franse’ familie Nederland in het geheel niet meer zag zitten en dat haar familieleden zich uitgebreid in het sociale leven van de Franse hoofdstad stortten. De ouders spraken hun drie kinderen in het Frans aan. Vooral Maurice (hij trouwde met de vermaarde schrijfster Colette) en Estella (ze oogstte in concertzalen veel succes met de harp) zouden in Frankrijk bekendheid verwerven. Dat Jetje het leuk heeft gevonden reeds toen haar taalgebruik te doorspekken met een accentje ligt nogal voor de hand. We hebben hier meteen een extra reden te pakken voor haar latere aversie tegen haar geboorteland: ze zal dat met de Franse paplepel ingegoten hebben gekregen. Jetta Goudal is haar leven lang met haar Franse naasten blijven omgaan. Nóg een van haar vaardigheden wordt duidelijk: in Parijs, zo weten we van Erik Brouwer, zette zij vaak een vouwstoeltje voor de etalages van modehuizen en tekende het uitgestalde na. Een reden waarom zij later, in de USA, bekend stond als een der best geklede filmsterren; niet zo vreemd, omdat zij al haar outfits zelf ontwierp en maakte.
Jetje Goudeket werd als het ware geboren in de toneelwereld. Haar tante Esther Roeg stamde uit de grote toneelgeslachten Judels en Roeg. Esthers grootvader was Nathan Judels, dé komiek van de negentiende eeuw, die bovendien eigenaar was van de Salon des Variétés (waar bijvoorbeeld Sarah Bernard en Louis Bouwmeester optraden). Jetje was twaalf toen Nathan Judels overleed; ze moet hem op verjaardagen hebben meegemaakt. Het wemelde in de families Judels en Roeg van de artiesten. Zo was Esthers Roegs broer Maurits Roeg agent voor artiesten, zoals Toscanini, met wie hij jarenlang door heel Amerika reisde. Los van latere bekenden zoals Nicolas en Nicolette Roeg en Sydney Arnold (Roeg), die vooral in Engeland furore maakten, werden enkele Judels’ in Amerika bekend. Zonder hier op de ‘details’ in te gaan – in 2003 verscheen een uitgebreid drieluik over deze familie – noemen we nog de de naar Amerika geëmigreerde  Maurits Judels en zijn zonen. Maurits Judels was een zoon van de bovengenoemde Nathan. Hij werd in New York rehearsal manager van het Metropolitan Opera House, een baan die hij doorgaf aan zijn zoon Jules. Jules Judels werd daar een zeer geliefd stage manager, die als ‘dean’ van dat beroemde theater bekend stond. Toen Jetje in 1917 in New York aankwam en daar het toneel besteeg, vierde Maurits’ andere zoon Nico Judels successen op Broadway; we kunnen ons afvragen in hoeverre hij en Jetta met elkaar in contact stonden. Maurits’ derde artistieke zoon Charles Judels klom op tot de grootste publieke bekendheid (met leze het derde deel van het drieluik): hij werd zeer bekend in luchtige films en sprak ‘buitenlandse accenten’, zoals we kunnen horen wanneer we Stromboli horen praten in Disney’s Pinoccio. Een saillant gegeven is nog dat zowel Jetta (die nooit meer met haar Nederlandse familieleden te maken wilde hebben) als Charles in het befaamde Villa d’Este in Hollywood hebben gewoond. Of ze elkaar gekend hebben? Op zijn minst wisten ze goed van elkaars bestaan en succes. Wie weet is Jetje mede geïnspireerd om naar Amerika te verhuizen door deze aangetrouwde familieleden, die zich al ruimschoots voor haar komst daar hadden gevestigd; hun verhalen moeten beslist in de familie hebben rondgewaard.
Het geeft allemaal extra diepte aan de veelzijdige talenten en karaktertrekken van ‘Amsterdamse Jetje’ alias Jetta Goudal.


Louisa Benjamin Voorzanger – Schoonzus van Eva Koopman Sturkop – Ongeval.
Lange tijd kon het overlijden van Louisa Benjamin Voorzanger en haar echtgenoot Hartog Jacob Plas niet worden gevonden. Louisa was een tante van Eva Koopman Sturkop. Een krantenartikel van 24 februari 1838 verklaart hun verdwijning: ‘Gisteren zijn de lijken opgehaald van Hartog Jacob Plas en zijne huisvrouw Louisa Benjamin Voorzanger, die de 19de met een ijsslede op de hoogte van Watergang in het Noord-Hollandsche Kanaal door het ijs waren gevallen. Zij laten vier jonge weezen in hoogste behoeftige omstandigheden na. Er heeft zich een kommissie tot inzameling van liefdegaven voor deze ongelukkige kinderen gevormd’.
Louisa en haar man werden resp. 33 en 39 jaar. Drie van hun vier kinderen (Jacob, Reintje en Josua, werden volwassen en trouwden. In 1851 woonden deze kinderen bij het gezin van hun oom Emanuel Jacob Pos en diens vrouw Sara Emanuel Bot. Zoon Benjamin was in 1849 overleden in de leeftijd van 18 jaar. Het vijfde kind, David, was als baby overleden in 1832.


Christiaan Johannes Stom – Scheepskapitein.
Van Christiaan Johannes Stom waren de omstandigheden van diens overlijden niet bekend. Een krantenartikel en een overlijdensannonce, gedateerd januari 1877 vertellen ons: Hij was gezagvoerder van het stoomschip Ulysses, dat verging tijdens een hevige storm, ‘drie kwartier benoorden Egmond. Een reddingsboot kon de bemanning redden, met uitzondering van de kapitein, tweede stuurman, eerste, tweede en derde machinist, benevens de tweede hofmeester. De kapitein was des nachts door een stortzee overbood geslagen. Het schip is gebroken en ligt bij vloed onder water’.


Jacobus Theodorus Stom – Boerenoorlog – Wethouder – Hoteldirecteur – VVV.
Jacobus Theodorus Stom was een zwager van Margaretha Stom-Sturkop. Hij was opgeleid voor de handel. We zien hem in Apeldoorn, waar hij samen met een zekere Bredius de sigarenfabrikant Padang bestiert, die tevens over de gehele wereld exporteerde. Hij was bijna 30 jaar toen hij, vroeg in 1898, naar Pretoria verhuisde. Bij het uitbreken van de Boerenoorlog had hij zijn zaak prijsgegeven en schaarde zich in Zuid-Afrika aan de zijde der Boeren. Deze Transvaalse of Tweede Boerenoorlog duurde van 1899-1902. ‘Hij verrichtte dappere daden bij de bereden artillerie, en vocht mede tot het bittere einde’, zo werd gememoreerd bij zijn overlijden. In 1902 werd hij – samen met o.a. generaal Cronjé e.a. – tijdens de Slag van Paardeberg gevangen genomen en naar St. Helena overgebracht, waar hij tot het einde van de oorlog, in 1902 is gebleven. Daar wist hij zijn positie te verbeteren, door op te treden als pianostemmer.
Terug in Nederland begaf hij zich in het hotelbedrijf. Hij werd eerst directeur van het Groote Badhuis Hotel in Zandvoort, waar hij al meteen gemeenteraadslid werd en later wethouder van onderwijs. Hij nam direct al meer hooi op zijn vork, hetgeen gedurende zijn leven kenmerkend voor hem zou blijven. Zo werd hij secretaris van ’t Koggeschip, een der voorlopers van de VVV en kort nadien stichter en voorzitter van de Nederlandschen Bond van Auteursrechtbetalenden. In 1917 keerde hij met vrouw en dochters vanuit Zandvoort terug naar zijn geboortestad Amsterdam, waar hij directeur werd van Hotel Krasnapolsky. Het gezin woonde ook lange tijd in dat hotel. Daarnaast ontplooide hij allerlei activiteiten. In november 1920 werd een comité opgericht om de toestand op de Dam te verbeteren; als secretaris van ’t Koffeschip regelde hij allerlei gebeurtenissen, zoals het bezoek van Engelse journalisten aan Amsterdam; hij presideerde een noenmaal, uiteraard in Krasnapolsky, waaraan o.m. ook wethouder Wibaut deelnam. In augustus 1923 kwam hij in actie tegen prijsopdrijving van horeca bij evenementen in Amsterdam. In april 1924 werd op initiatief van ’t Koffeschip in Krasnapolsy een Provinciale VVV Noord-Holland opgericht, waartoe Jac. Th. Stom werd benoemd in de commissie ter uitwerking. In april 1925 werd de Nederlandsche Reisclub in het leven geroepen; secretaris werd Jac. Th. Stom, lid van het hoofdbestuur van de Algemene Nederlandsche VVV. Zo werd er heel wat meer opgesomd, zoals Jacobus Stom als voorzitter van ’t Koggeschip en leider van het buurtcomité bij de opening van het Damplantsoen, de ‘Engelsche Tuin’, ter gelegenheid van het 650-jarig bestaan van Amsterdam. Bij zijn afscheid werd hij geroemd omdat hij Krasnapolsky ‘had opgewerkt tot zijn tegenwoordige hoogte’. Hij werd genoemd als de primus inter pares van zijn collega’s.
In 1928 verliet Jacobus Theodorus Stom Amsterdam en verruilde Krasnapolsy voor het nog altijd bestaande en imposante Palace Hotel te Noordwijk, waar hij ook zijn domicilie koos. Dat heeft niet lang mogen duren: hij overleed in augustus van dat jaar, op een paar dagen na 60 jaar. Men meldde dat hij de laatste tijd te veel van zijn krachten had gevergd.
Meldenswaard is nog dat toen in Krasnapolsky het jubileum van de diamantfirma Van Dam werd gevierd, zich daaronder een aantal bekenden in de genealogie Sturkop bevonden. Zo zien wij Herman J. Hartz (voorzitter der Amsterdamse diamantairs en zakenpartner van Hartog Warradijn, zwager van Isaäc Sturkop), de familie Asscher en de voorzitter van de Kamer van Koophandel Du Mosch, ook al gerelateerd aan de familie Sturkop. Henri Polak was aanwezig en ook vertegenwoordiging van het Ruwsyndiscaat en van de De Beer Comp. uit Londen. We weten dat Nico Roeg, eveneens zwager van Isaäc Sturkop, in Londen een belangrijke rol speelde bij deze beide diamantgiganten.
Ten slotte: dat Hanna Roeg, de weduwe van Isaäc Sturkop, in die tijd enige jaren haar woonst in Krasnapolsky had – korte tijd vergezeld van haar zoon Nico Sturkop – wekt weinig dan verwondering.


Bertus Stom – Voetbalinternational – Commandant luchtvloot KNIL.
Bertus (Ben) Stom was de zoon van een kapitein in het KNIL (Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger) en naar verluidt een Balinese danseres. Hij was in 1886 in Malang op Java geboren. Zijn vader had zich – zonder echtgenote en kinderen – in 1894 vanuit Indië (na enkele maanden in Amsterdam) in Apeldoorn gevestigd. In 1896 trouwde hij. Waarschijnlijk zijn Ben, zijn broer en zijn zus eerst bij familie ondergebracht of rechtstreeks vanuit Indië naar Apeldoorn gekomen. Toen hij 18 jaar werd verhuisde Ben naar Alkmaar, waar een Cadettenschool was gevestigd; geen verrassende keuze voor de zoon van een officier. In augustus 1907 – hij was inmiddels twintig, kwam hij vanuit Breda terug in Apeldoorn. In Breda was hij opgeleid tot officier en medio 1909 keerde hij als luitenant van het Nederlandsch-Oostindische leger terug naar zijn geboorteland.
Inmiddels had hij al een hele voetbalcarrière achter zich. Er is een foto van Ben Stom in het Nederlands voetbalelftal, waar hij deelnam aan de eerste interland tegen België, op 30 april 1905. Hij speelde als verdediger. Hij kwam uit voor CVV Velocitas uit Breda (juli 1904 tot juni 1907) en voor HFC Haarlem (juli 1907 tot juni 1908) en speelde tussen 1905 en 1908 in totaal negen wedstrijden voor het Nederlands voetbalelftal. In het in 1905 gewonnen duel tegen België ging hij de geschiedenis in als eerste Nederlandse international die een doelpunt in eigen goal scoorde. Op een Italiaanse website dook nog een foto van hem op en een uitgebreid overzicht van gespeelde nationale en internationale wedstrijden en
In 1917 was hij weer even terug in Nederland. In 1920 werd kapitein Ben Stom in Bandoeng overgeplaatst naar de vliegafdeling in die stad. In 1929 kreeg hij elf maanden verlof in Nederland. In 1925 – hij woonde toen in Kali Djati op Java, waar een vliegbasis van het KNIL was – trouwde de kapitein-vlieger met de de zeventienjarige Nanny Ball, die op de koffie- en theeplantage van haar grootouders woonde.
Uiteindelijk werd Ben Stom in Indië commandant van de luchtvloot. Intussen werd hij ook nog eens tenniskampioen op Java. Hij moet op Makassar zijn terechtgekomen, want vanuit die plaats keerde hij terug naar Nederland, met zijn vrouw en hun twee in Bandoeng geboren dochters. Mascha Stom, zijn oudste dochter, memoreerde: ‘door een vreselijk ongeval moest hij met vervroegd pensioen en terug naar Nederland’. Het gezin vestigde zich in januari 1934 in Den Haag. Ben Stom had de rang van luitenant-kolonel in het Nederlands-Indische Leger bereikt. Hij is in 18 augustus 1965 overleden, 78 jaar oud.


Personen over wie in de loop der tijd is gepubliceerd (zie ‘Publicaties’):

Nathan Judels en zijn verwanten/beroepsgenoten/nakomelingen.
Eliazer Gobes en Marianne Sturekop.
Salomon van Raap en Schoontje Sturkop.
Mozes Barend Nieuwkerk alias Nijkerk en Duifje Sturkop.
Isaäc Dondorp en Esther Sturkop.
William Knocker en verwanten.
Mietje Walewijk alias Maria Gomez en Jacobus Gobes.
Dr. Stephan Sturkop.