Nieuwe oogst Delpher: Nico Sturkop

De oogst van augustus 2019 van www.delpher.nl leverde weer eens een groot aantal hits op, met name over Nicolaas Robbert Sturkop (Nico, Deel III – hoofdstuk 25). Via het blad ‘Allen Weerbaar’ van de Koninklijke Nederlandsche Weerbaarheid-Vereeniging worden de twaalf jaren dat hij bij deze militie doorbracht geheel inzichtelijk. Het was al duidelijk dat hij zijn broer Stephan evenaarde als het op inzet, bestuurlijke kwaliteiten en inzicht aankwam. In die twaalf jaar bij deze vrijwillige militie toonde hij grote activiteit – en dat naast zijn toch al continue betrokkenheid bij de zwemsport, waar hij meermalen Nederlands kampioen schoonspringen werd en veelvuldig optrad als scheidsrechter bij het waterpolo. Verder zal hij in deze periode ook in de kost moeten hebben voorzien.
In november 1904 – in navolging van broer Stephan – doet Nico zijn intrede als lid van de Afdeling Amsterdam van de Nederlandsche Weerbaarheid-Vereeniging (toen nog niet Koninklijk). Hij was nog net geen zestien jaar. Afgezien van alle bezigheden die nergens staan vermeld heeft hij in de jaren 1905 en 1906 ‘kuildienst’ bij de schietoefeningen. Meteen al in 1905 volgt zijn opleiding voor korporaal en in augustus 1906 wordt hij dat ook. Precies een jaar later wordt Nico aangesteld als sergeant en krijgt hij zijn eigen sectie. In 1909 blijkt dat hij sergeant-foerier is van de Amsterdamse afdeling en begin 1915 wordt hij bevorderd tot sergeant-majoor-administrateur. Vlak voordat hij in 1917 overstapt naar het Zevende Regiment Infanterie wordt hij nog vaandrig, een rang die hij meeneemt naar de officiële Nederlandse krijgsmacht.

Daarnaast vervult hij lange tijd bestuurlijke functies voor de Vereniging. In november 1908, bijna twintig jaar oud, wordt hij als bestuurslid Tweede Secretaris der Afdeling Amsterdam. Al in januari daarop zien we hem als penningmeester van de Afdeling. Nico is 22 jaar als hij ondervoorzitter wordt en tevens afgevaardigde ter Algemene Vergadering. Hij blijft langere tijd ondervoorzitter van de Afdeling Amsterdam en begin 1913 komt daar zijn benoeming tot bestuurslid van de Koninklijke Nederlandsche Weerbaarheid-Vereeniging bij. Waarvan hij overigens als een tijdje secretaris blijkt te zijn.
Eind 1914 blijkt hij waarnemend voorzitter te zijn en in december 1914 wordt Nico wederom gekozen als ondervoorzitter van de afdeling Amsterdam. Tijdens zijn dienstjaren brengt hij tientallen nieuwe leden voor vereniging aan.

Dat hij uitblonk in schoonspringen en ook in waterpolo was allang bekend, maar nu blijkt hij ook vaardigheid in het schermen te hebben. In september 1907 slaagt hij voor Prevot op de sabel en al in januari 1908 behaalt hij het diploma Meester op dat wapen. Soms wint hij een prijs bij een schermwedstijd. Vanaf 1911 geeft hij al onderwijs in sabelschermen, wordt in 1913 toegevoegd aan de opleiding schermonderricht en in de jaren 1915 en 1916 geeft hij met een collega regelmatig leiding bij gymnastiek en schermen. Ook na aftreden als voorzitter van de Afdeling Amsterdam geeft hij nog leiding aan die takken van sport.
Hier vinden we tevens een nieuwe aanwijzing dat het schoonspringen is ontstaan aan uit gymnastiek, waarin Nico eveneens uitblonk.

We zien hem talloze malen bij oefeningen en diensten, zowel in de Oranje-Nassaukazerne als daarbuiten, zoals bij looproeven. De meeste daarvan sommen we hier niet op; ze staan vermeld in het genealogisch overzicht op de website. Er zitten ook avond- en weekenddiensten tussen: dat moet maar te combineren zijn geweest met zijn sportleven. Bij een van die oefeningen – nabij Bloemendaal – was het slecht weer, hetgeen het blad ontlokt: ‘Ook de korporaals bleken een stel oude juffrouwen te zijn; slechts de korporaals x en Sturkop waren aanwezig’. Hem worden ook allerlei opleidingen toevertrouwd, zoals de opleiding van rekruten en tot seiner en bij het geweerschieten. Ook zit hij in commissies in verband met wedstrijden, feesten, enzovoort en bij hem aan huis kan men de kaartjes afhalen.
Bij het schieten op Zeeburg is Nico vele jaren de baancommandant. Men kon verifiëren of de schietoefeningen al dan niet doorgingen: dan werd een blauwwitte kaart geplaatst voor o.a. het huis van sergeant, later de sergeant-majoor Sturkop aan de Willemsparkweg.

Al vroeg krijgt Nico het toezicht op allerlei administratieve taken. Wie een geweer moet ontvangen, moet dat hij hem melden, aan zijn huisadres aan de Willemsparkweg. In september 1908 verricht hij de financiële afhandeling van de Afdeling Amsterdam. Als foerier en afdelingsadministrateur is hij ook beheerder van het K. en U. (Kleding en Uitrusting). Hij had tevens de zorg voor de administratie van het sluiten van vrijwillige verbintenissen door de nieuwe leden.
Bij meerdaagse oefeningen verzorgde Nico de inkwartiering en organiseerde de geneeskundige hulp. Bij dat laatste zal hij zijn broer hebben geconsulteerd.
Een oefening biedt een aardig beeld van hoe de militairen eruitzagen: ‘De kisten moeten gezonden worden aan het adres van de sergeant-majoor-administrateur Sturkop, Kloosterkazerne te Breda. De troep moet zoveel mogelijk in het grijs gekleed zijn. Tenue: veldjas of tuniek, sjako of kepie, korte broek met grijze beenwindsels; in het blauw lange broek met zwarte kappen. De jekker moet worden meegenomen. Bewapening: karabijn M’95, bagagezak, broodzak en veldfles. Rijwiel met toebehoren’. En een andere keer: ‘De sergeant-majoor-administrateur begeeft zich met de vrachtauto de voorafgaande dag naar Gouda om de kisten in ontvangst te nemen en zorgt voor vervoer naar Breda’.
Ook inspecteert de sergeant-majoor Sturkop tijdens avondoefeningen de manschappen op de aan de leden uitgereikte wapenen en kleding- en uitrustingsstukken. ‘Aanvragen voor reparatie kunnen bij hem worden ingediend’.

(Het lijkt er overigens op dat men als vrijwilliger niet officier kon worden. De militaire tak van de vereniging viel onder het Zevende Regiment Infanterie.)

In december 1916 volgt zijn afscheid als voorzitter van de Afdeling Amsterdam: ‘Onze voorzitter, de heer Sturkop, gaat ons verlaten, de eertijds kranige beheerder van het K.U. Fonds dat – in vrijwel reddeloze staat verkerende – door hem tot bloei is gebracht. Pogingen van het bestuur om hem van dit voornemen af te brengen, konden niet baten. De heer Sturkop heeft het te druk met eigen zaken, moet weldra in actieve dienst en zal dan het presidium van de afdeling niet langer kunnen bekleden. Lang en trouw heeft hij de N.W.V., in het bijzonder de Afdeling Amsterdam, gediend.’ En: ‘Ik kan mij zelfs geen bestuur herinneren zonder hem. Ik geloof, dat er maar weinigen zijn in de N.W.V. die de zaak zo lang en zo regelmatig naar hun beste weten hebben gediend’.
Hij vervult in de eerste helft van 1917 nog zijn gangbare taken, maar in juni 1917 is de vaandrig Sturkop in zijn rang overgegaan bij de verplichte Landstorm en geplaatst bij het Depot Zevende Infanterie Brigade.

 

Nieuws uit de tijdschriften

In maart 2019 voegde www.delpher.nl een groot aantal oude tijdschriften toe aan haar digitale collectie. De naam Sturkop scoorde 93 hits; Sturhoofd geen enkele. Vele berichten gingen over de zwemsport en over dr. Stephan Sturkop, maar er waren ook enkele andere bij. Een klein aantal kan niet worden via internet worden ingezien. Daarvoor moet men naar de Koninklijke Bibliotheek, omdat ze van te recente datum zijn (na 1939).

Alexander Sturkop (1898-1943), zoon van Isaäc Sturkop en Maria Hont, van wie bekend was dat hij toentertijd in Den Haag als magazijnbediende werkte, werd in augustus 1921 als voorzitter gekozen van de Vakgroep Winkel- en Magazijnbedienden (aldus ‘Onze strijd’, het orgaan van den Algemeenen Nederlandschen Bond van Handels- en Kantoorbedienden).

Dat Cornelia Nicolette (Coks) Sturkop zo bedreven was in het schoonspringen was bekend, maar ook haar tweelingzus Anna Stephanie (Ans) Sturkop (1910-1994) deed in haar jonge jaren aan zwemsport. In januari deed mee zij tijdens het Winterzwemfeest van de H.D.Z. (Hollandsche Dames Zwemclub in het Zuiderbad te Amsterdam en zwom de 25 meter vrije slag voor nieuwelingen, in 18 3/5 seconde (aldus: ‘De Zwemkroniek’).

Ans werd zoals bekend lerares lichamelijke opvoeding. Dat zal de reden zijn dat zij in december 1919 toetrad als lid van haar beroepsvereniging (aldus: ‘De Lichamelijke Opvoeding’, het orgaan van de Vereeniging van Gymnastiek-Onderwijzers (L. en M.O.) in Nederland en hare afdeelingen). In april 1933 kon men bij haar aan de Willemsparkweg 25 kaartjes kopen voor het tweede lustrum der N.I.L.O.-club, aldus hetzelfde blad.

Van Cornelia Nicolette (Coks) Sturkop (1910-1928) was bekend dat zij was geselecteerd voor het schoonspringen van de Olympische Spelen 1928. Van haar zijn in de periode van 1926 (toen was zij vijftien jaar) tot 1930 berichten over haar behaalde plaatsen bij wedstrijden, soms met vermelding van de sprongen die zij maakte. Deze meldingen vullen de al bestaande grote verzameling aan (aldus: ‘De Zwemkroniek’).

Het boek over dr. Stephan Sturkop (1882-1953) behandelt alle onderwerpen waarover in deze nieuwe vrijgave wordt bericht en voegen dus nauwelijks iets daaraan toe. (Voor de goede orde: in dat boek wordt beschreven dat de berichtgeving vanuit de socialistische en vooral uit de communistische hoek tendentieus was.) Er is een ingezonden stuk met een klacht (juni 1920) over de ziekteverzekering, met als voorbeeld dr. Stürkop, ‘die in staat is elke waarachtig zieke voor simulant aan te kijken en alzo te behandelen’. Ondertekend door ‘Een van de voorkomende simulanten’. Een ander artikel (1924) meldt: ‘Minder goed is een andere kerel van stavast er afgekomen [] de klacht over dr. Sturkop, die als controlerend geneesheer van het postpersoneel er in slaagde om doden, die veinsden nog levend te zijn, weer naar het werk – niet aan het werk – te jagen.’ (aldus: ‘Grafisch weekblad’). Ook is er een lang artikel (1932) over de Bierbrouwerij ‘De Amstel’, waar dr. Stürkop als controlerend geneesheer ‘inging tegen een briefkaart van de huisarts, waarin stond dat zijn patiënt niet bij de controlerend geneesheer hoefde te komen. Nadat de arbeider hersteld was meldde hij zich bij dr. Sturkop om aan het werk te gaan. Toch hield de werkgever enkele uren van ’s mans loon in.’ (aldus: ‘De fabrieksarbeider’). De overige berichten waren al uit andere bronnen bekend.

Verreweg de meeste hits betreffen Nicolaas Robbert (Nico) Sturkop (1888-1972), jongere broer van de bovengenoemde Stephan en oom van Stephans dochters Ans en Coks). Alleen al van hem zijn er meer dan veertig hits. Zijn carrière als schoonspringer en elders in de zwemsport van Nederland en Nederlands Oost-Indië is in de boeken uitvoering belicht, maar de nu uitgekomen artikelen voegen nog tamelijk veel toe.

Ook kwamen tot nu toe onbekende foto’s aan het licht, alle genomen in Soerabaja:

Het lijkt er sterk op dat het schoonspringen deels zijn oorsprong vond in het turnen: (1913) Nico Sturkop was een turner, die als beste waterspringer wordt genoemd. Men stelt dat ‘deze schone sport bijna uitsluitend door turners in praktijk kan worden gebracht’. Regelmatig worden zijn successen toegelicht in turnkringen, zoals wanneer hij wordt genoemd als Nederlands kampioen in een internationale wedstrijd. Men trekt de vergelijking met het gelidsturnen aan de toestellen. ‘Wordt nog steeds niet geëvenaard in zijn verrichtingen in een sierlijke lichaamshouding.’ In de loop der jaren volgen de turners vaker zijn verrichtingen, getuige de volgende citaten: ‘Onze reeds jarenlange kampioen van Nederland, de heer Stürkop, heeft door deze eigenschappen veel voor op zijn, in het algemeen lichter in gewicht zijnde tegenstanders. Zijn lichaam zweeft na elke afsprong steeds prachtig omhoog, om daarna het overige gedeelte van de sprong uit te voeren, wat meestal uitstekend en zonder de minste foutieve houding gelukt. Zijn sprongen zijn altijd zeldzaam mooi, zijn springen is werkelijk ‘”schoonspringen’’’; ‘ ‘Bijna allen zijn turners van “Plato”, behalve de heer Sturkop lid van de zwemclub “De Jonge Kampioen”, uitstekend geoefend en prachtig springer’; ‘Ik werd ontvangen met een 1½ salto van Nico Sturkop. Voor de sprongen van de grote kampioen neem ik nog altijd diep mij hoed af; met medewerking van zo’n springer moet een zwemfeest altijd slagen.’ En: ‘met Sturkop aan het hoofd als de beste springer uit Nederland, die reeds 15 jaar het springen beoefend heeft.’ Dit laatste toont dat Nico als rond de eeuwwisseling het turnen verruilde voor het schoonspringen (aldus: ‘Turnblad’).
Het volgende komt uit nummers van ‘De Zwemkroniek’:
Er zijn weer veel verslagen en uitkomsten van wedstrijden schoonspringen, waarbij Nico de hoofdprijs behaalde en/of demonstraties gaf. Vanaf rond 1916 deed hij kennelijk niet meer mee aan wedstrijden (hij was al een eindje in de dertig). Hij werd nog vaak ten voorbeeld gesteld: ‘Zie daarvoor onze vriend Sturkop! die na elke afsprong prachtig omhoog zweeft [] Deze vaardigheid heeft hij echter pas na jarenlange oefening verkregen en nog steeds moet dit onderhouden worden, om er niet uit te raken.’ Demonstraties werden ook regelmatig buiten Amsterdam gegeven en na zijn vertrek naar Java in Nederlands Oost-Indië. Nico was vanaf 1914 ook scheidsrechter bij waterpolowedstrijden en floot soms wekelijks voor de eerste, tweede en derde klasse van de nationale competitie. We wisten al dat hij eerder zelf aan deze sport had meegedaan. In 1915 werd hij lid van de waterpolocommissie van de Nederlandsche Zwembond. Verder was hij jurylid bij het schoonspringen. Al deze bezigheden verrichtte hij ook na zijn vertrek naar Indië. In dat land gaf hij eveneens les aan scheidsrechters.
Een voorbeeld van zijn schrijfstijl, niet eens zo ouderwets, in een ingezonden stuk van zijn hand: ‘Tot mijn grote verwondering las ik in de ‘Zwemkroniek’ dat de zwemvereniging ‘Het Y’ de voor de wedstrijd vastgestelde verplichte sprongen is gaan wijzigen, gelet op de bezwaren die door de schoonspringer ingebracht. Ik kan mijn niet voorstellen welke bezwaren door springers kunnen worden ingebracht, wanneer de sprongen uitgeschreven zijn volgens de door de Nederlandsche Zwembond vastgestelde springtabel. Wat zal het Y-bestuur nu doen, wanneer tegen de thans verplicht gestelde sprongen ook weer eens bezwaren worden ingebracht? Ik vind het dan ook wel bijzonder vriendelijk, dat een vereniging voor enige deelnemers het programma wil wijzigen.’
In het boek was al verteld dat Nico zich op Java inzette Nico in als organisator van de zwemsport. Net zoals zijn oudere broer spat zijn inzet als bestuurder en motor ervan af.
In december 1928 hield het blad een interview met Nico, die op verlof was in Nederland. We krijgen een inkijkje in zijn kamer en in zijn persoon: ‘Zodra we hoorden, dat de ongeslagen oud-kampioen schoonspringer Nico Sturkop weer uit Indië in ons land was teruggekeerd, hebben we hem dadelijk eens opgezocht. Als je zo bij hem thuis komt, in zijn gezellige werkkamer, zou je niet zeggen, dat hij al acht jaar weg geweest is. Hij ziet er uit als Hollands welvaren, helemaal niet bruin getint, nog even dik als vroeger, kortom alsof hij nooit naar de Nederlandse overzeese bezittingen was geweest. Zijn bureau ligt vol snuisterijen en nuttige voorwerpen welke alle zonder onderscheid een stukje zwemsportgeschiedenis vertegenwoordigen. Tot zelfs een paar flinke zilveren bekers toe. De muurwanden waren “behangen” met vele gelijste foto’s, alsmede een lijst met medailles, waarop er meer dan 50 achter glas pronkten en getuigden van een druk zwemmersleven. En hoe gaat het met de zwemsport in Indië, zo vroegen we? Daarboven staat de Nederlandsch-Indische Zwembond. Volgens de heer Sturkop zou deze bond voor Indië moeten zijn was de F.I.N.A. is voor Europa. Wanneer er door een zwemmer een Indisch record gemaakt wordt bij een van deze bonden, dan zal de N.I.Z.B. dat natuurlijk ook homologeren. Hoe gaat het met de polocompetities? Kon dat maar. Als je een wedstrijd moet spelen tegen een club die zo ver weg is las van Amsterdam naar Marseille, dan komt er van een polocompetitie niet veel terecht. Jullie Hollanders hebt geen flauw idee hoe groot Indië is’. Dat de afstanden werkelijk een hindernis vormden blijft wel uit een bericht uit 1934. In een oproep aan oud-Indische zwemsporters voor een herdenkingswedstrijd ter gelegenheid van het tienjarig bestaan van de Nederlands-Indische Zwembond mijmert men: ‘Wie uwer denkt niet terug aam de tijd, dat wij voor één polomatch 28 uur in de trein zaten’. Ondertekend door het bestuur van Nederlands-Indische Zwembond, onder wie N. Sturkop te Soerabaja.
Er word veelvuldig gemeld dat Nico zich stevig inzette voor organisatie van de zwemsport in Indië. Maar in 1935 trad hij af als president van de Oost-Java Zwembond. In datzelfde jaar werd hij benoemd tot erelid van de Nederlands-Indische Zwembondmede, mede vanwege zijn grote inzet voor de promotie en het faciliteren voor het grote publiek van de zwemsport.
Tot slot: wanneer je als schoonspringer kampioen van Indië werd, dan kon je de Sturkop-wisselbeker winnen.

Jacobus Theodorus Stom

Het leven van Jacobus Theodorus Stom, sigarenfabrikant, strijder in de Boerenoorlog, hoteldirecteur (o.a. Krasnapolsky in Amsterdam) en initiator van talrijke evenementen en instanties , zoals de VVV, is nader belicht. (betreft Deel III – hoofdstuk 24)

Maurice Adler

Over de Europees kampioen wielrennen en ondernemer Maurice (Maurits) Adler is veel informatie (zie aldaar) opgedoken. Daardoor ontstaat ook meer inzicht in de interesse van vader en zoon Isaäc en Stephan Roeg en hun naasten (betreft Deel III – hoofdstuk 22).

Genealogische aanvullingen

Verkorte versie genealogie Sturkop.

Nieuwsitem d.d. 24 april 2016: Van de driedelige genealogie Sturkop & Sturhoofd is een verkorte versie uitgegeven, verkrijgbaar via www.lulu.nl. Deze versie – 100 pagina’s – beperkt zich tot de rechtstreekse voorouders van (de vader van) de schrijver, een zogeheten stamreeks. In principe dus alleen van belang voor de naaste verwanten. De archieven blijven nieuwe informatie rondstrooien. Lees “Genealogische aanvullingen” verder

Watersport en dammen

Nieuwsitem d.d. 14 september 2015: Altijd treffen we weer een nieuwe digitale bron aan, nu van kranten en adresboeken uit Haarlem en omstreken. Los van de al bekende feiten duikt toch weer nieuws op. Zo zien we Marcus Sturhoofd (betreft Deel III – hoofdstuk 26) in 1919 en 1920 in Haarlem aardige resultaten behalen in de damcompetitie.

Maar vooral twee mooie foto’s: Ans Sturkop (betreft Deel III – hoofdstuk Lees “Watersport en dammen” verder

Sturkop, Nicolaas Robbert – Waterpolo

Nieuwsitem d.d. 1 december 2014:De grootse nationale en internationale carrière als schoonspringer van Nico Sturkop was in het boek al uitvoerig beschreven (betreft Deel III – hoofdstuk 25). Dat hij soms ook waterpolowedstrijden floot was ook bekend. Maar de kranten vertellen ons over een waterpolowedstrijd tussen RZC en DJK (de Amsterdammers wonnen met grote overmacht), waarbij Nico het doel van DJK verdedigde. De indertijd beroemde Olympische zwemmer Piet Ooms, clubgenoot van Sturkop, speelde mee voor DJK.