Maya van Horn – Actrice

Alweer een loot aan de uitgebreide artistieke tak van de grote negentiende-eeuwse entertainer Nathan Judels: Maya van Horn. Haar echte naam was Rosa Menagé Challa. Ze werd op 26 december 1896 in Amsterdam geboren als dochter van de Amsterdamse deurwaarder Theo Menagé Challa en Rozette Judels. Een gemengd huwelijk: Theo was van huis uit Nederlands Hervormd; Rozette Joods. Maar bij beiden stond in het Bevolkingsregister: ‘geen geloof’.

Eerst een terugblik. Maurits Judels (Rosa’s grootvader), de jongste kleinzoon van Nathan Judels, had succes als stage manager van het Metropolitan Opera House in New York. Zijn drie zonen kwamen al eerder aan bod: Nico, Jules en Charles verdienden hun sporen aan het toneel en in films in Amerika. Over zijn dochters is minder gesproken, maar zij kwamen, zoals dat heet, goed terecht. De oudste, Annie Julia Judels, trouwde eerst met de effectenhandelaar David Cohen de Boer en – na hun scheiding – met Willem (Marie Willem Frederik) Treub, econoom en Minister van Landbouw, Nijverheid en Handel en later Minister van Financiën. De jongste dochter, Adèle Judels, trad in Amerika in het huwelijk met de architect Albert Buchman, die vele bezienswaardigheden in New York heeft nagelaten. De middelste dochter, de bovengenoemde Rozette Judels, was de moeder van een zoon, die al jong naar Amerika emigreerde en drie dochters, onder wie Rosa Menagé Challa.

 

Rosa en haar zus Annie Menagé Challa. Door de Oostenrijkse schilder Dario Rappaport. Rond 1921.

 

Rosa was de enige van de drie zussen die actrice werd. Haar oudere zus Elizabeth bleef na een kort huwelijk vrijgezel en bleef tot op gevorderde leeftijd in de woning van haar ouders wonen, aan de Weteringschans. De jongste zus, Annie Julia, trouwde met een onderwijzer in Den Haag.

Rosa zal naast haar talent zijn geïnspireerd door haar ooms in Amerika. Rosa – ook wel Roosje – stond al jong op de planken. Veel van haar optredens is niet bewaard gebleven resp. uitgezocht. Rond 1914 maakte zij deel uit van het Hollandsch Tooneel, waar zij met indertijd bekende acteurs speelde. Er is zelfs een uiterst kort fragment van haar in een stomme film op internet te zien. En er zijn enkele foto’s van haar op toneel.

Rosa is nogal veel op reis geweest. Zij trouwde in juni 1922 te Kopenhagen met de Deen Kaj Horn Lassen, maar hun scheiding volgde drie jaar later. In augustus 1934 was zij terug bij haar ouders aan de Weteringschans. Ze kwam uit Berlijn, waar zij te eniger tijd na haar vertrek uit Kopenhagen moet zijn gaan wonen. In december van dat jaar vertrok zij alweer naar de Duitse hoofdstad. Men kan denken aan een langdurig artistiek werkverband in die stad. In juli 1937 trekt zij weer even in bij haar ouders, om in september alweer te vertrekken, ditmaal naar Brussel. Twee jaar later komt zij weer terug aan de Weteringschans en vertrekt in maart 1938 naar Capri. Dit kan te maken hebben gehad met haar beroep. Ze moet vandaaruit al snel opnieuw naar Berlijn zijn verhuisd, want vanuit die stad keert zij in november 1938 terug naar haar ouderlijk huis. Heel kort, want Rosa vertrekt voorgoed naar Amerika; zij wordt in Amsterdam uitgeschreven naar New York. Haar oom Jules Judels is dan nog altijd stage manager van het Metropolitan Opera House, een job die hij tientallen jaren eerder overnam van zijn vader. Oom Charles zou nog lang in leven blijven.

Vele jaren later zal zij verklaren dat haar vertrek een weloverwogen besluit was geweest. Ze had al jaren in Nederland op het toneel gestaan, o.a. met Louis Bouwmeester. ‘Dat was misschien wel de mooiste tijd van mijn leven. Toch bleef altijd een verlangen om vreemde landen te zien en vooral Amerika.’ Ze had haar besluit definitief genomen in Berlijn, omdat zij inzag dat het spoedig mis zou gaan in Europa. De naam Bouwmeester komt niet zomaar uit de lucht vallen: de grote acteur maakte heel lang deel uit van het gezelschap van Nathan Judels en was bevriend met meerdere eigentijdse familieleden.

In Amerika heette zij niet langer Rosa Menagé Challa. Ze stond daar – en ook in Nederland – bekend als Maya van Horn. Die naam roept veronderstellingen op: haar ex-echtgenoot heette Horn en haar volle nicht, de ijsdanseres May Judels (dochter van Rosa’s oom Charles Judels) was in New York jarenlang de regisseur van de befaamde ijsrevues van de Olympisch kampioene Sonja Henie. Ook May’s vader, Rosa’s oom, zou nog lang leven. We weten dat Rosa in Hollywood terechtkwam, waar niet alleen Charles Judels in de buurt woonde, maar ook Rosa’s oudere broer Teddy.

Vlak voor het einde van de Tweede Wereldoorlog meldde de Amigoe de Curacao dat Maya van Horn (‘een nicht van de vroegere Minister-President Treub’) een contract had getekend met ’20th Century Fox’, om een rol te spelen in de film Dragenwyck. ‘Zij was een bekende actrice in Nederland waar zij met het gezelschap van Louis de Vries optrad. Ook in Amerika trad zij in enkele liefdadigheidsvoorstellingen op. Haar eigenlijke naam is Rosa Menage Challa’.

Willem Treub was weliswaar nooit minister-president, maar bekleedde wel tweemaal het ministerschap. Deze ‘oom’ was trouwens van tamelijk korte duur, want het huwelijk Treub-Judels duurde slechts iets meer dan tien jaar. De vraag doemt even op hoe Annie Julia Judels met hem kennismaakte. Alles in uiteraard mogelijk, maar veel eerder was dr. Stephan Sturkop al nauw bevriend geraakt met zijn mentor Hector Treub, een bekend gynaecoloog en een oudere broer van Willem Treub. Dat Sturkop en Annie Julia Judels nauw aangehuwd waren roept hierbij vermoedens op. Zo stuit je bij iedere vondst op een nieuwe aanwijzing.

In Amerika speelde Maya van Horn in 24 films en tv-series. Lijsten daarvan zijn op internet in te zien. Zij heeft nog een keer Nederland bezocht. De krant doet daarvan in oktober 1957 verslag: ‘Maya van Horn bezoekt Nederland vanuit Hollywood: op Schiphol vond een onstuimige begroeting plaats voor de uitgang: een weerzien tussen twee Hollandse vrouwen en hun in Hollywood wonende zuster’. Zelf vertelde zij dat zij voornamelijk kleine rollen speelde, maar vooral in haar studio jonge talenten opleidde voor een succesvolle carrière. Haar beste vrienden in Hollywood, zo meldde zij zelf, waren de acteur Tyrone Power, met wie zij optrad in ‘Mississippi Gambler’ en het echtpaar Mike Todd-Elisabeth Taylor.

Maya van Horn alias Rosa Menagé Challa lijkt dezer dagen geheel vergeten in Nederland. Wellicht heeft het vroegere Theaterinstituut op dat gebied nog iets te bieden. Zij is op 8 december 1983 in Los Angeles overleden, bijna 87 oud.

Nieuwe oogst Delpher: dr. Stephan Sturkop

De oogst van augustus 2019 van www.delpher.nl leverde weer eens een groot aantal hits op. Naast de al bekende sportfeiten over de tweeling Ans en Coks Sturkop en over dr. Stephan Sturkop (Deel III – hoofdstuk 22) valt over laatstgenoemde toe te voegen:

Dat hij deelnam aan hondententoonstellingen was reeds bekend, maar in juni 1912 wordt hij voorgesteld als lid van de Nederlandsche Vereeniging van Dwergspaniels. In 1918 wordt hij lid van de Kynologen Club Amsterdam. Dit vindt plaats in Café Former aan het Kleine Gartmanplantsoen. (Tezelfdertijd en -plekke wordt een zekere mevrouw S. Gobes, Weteringschans 110, lid van deze Kynologen Club Amsterdam. Zij blijkt Nanny (Marianne) van Buuren te zijn, echtgenote van Stephans achterneef Salomon Gobes, kleinzoon van Marianne Koopman Sturekop (Deel II – hoofdstuk 4). Toeval of gingen zij gewoon met elkaar om?).
In 1919 komt Stephans Prince Charles spaniël ‘Bob’ er bij die club goed vanaf, met onder meer een tweede prijs bij de reuen vanwege: ‘een hoog typische Prince Charles, met prima hoofd, ogen en oren, heeft een prachtige beharing en een zeldzaam mooi gangwerk, maar is helaas wat te groot’. Later in dat jaar krijgt Bob nog een vermelding van de keurmeester.

In verschillende vakbondsbladen komt uiteraard de ‘Kwestie Sturkop’ aan de orde. Ook de Vrijzinnig-Democratische Beweging plaats een lang artikel in haar blad, in 1925, wanneer een ander lid een oproep doet om geen stem uit te brengen bij de a.s. verkiezingen voor de Tweede Kamer, omdat ‘de heer Oud daar de handschoen opnam voor de controlerende geneesheer Stürkop te Amsterdam’. De redactie erkent dat hun de houding van deze geneesheer niet in alle opzichten sympathiek is. [] ‘Maar daar staat tegenover dat toen de heer Stürkop zijn taak aanving, die taak zeker een der moeilijkste was’ [].

Ook zien we wederom de bekende artikelen, nu in andere periodieken, over bijvoorbeeld de tentoonstelling over Drenthe in het Paleis voor Volksvlijt, Stephans benoeming tot secretaris van het comité Tentoonstelling van Zuid-Afrikaanse Producten, zijn deelname in het comité Huldiging Stadion 1937 en zijn inzet voor het H.L.O. De ‘Athletiekwereld’ meldt in 1937 het huwelijk van Stephans dochter Ans met Cor Ruurs, die K.N.A.U.-official blijkt te zijn.

Ten slotte een artikel uit oktober 1939, wanneer de directie van de Spoor- en Tramwegen een zilveren vloeimap krijgt aangeboden door de voorzitter van de Nederlandse vereniging van controlerende geneesheren, dr. Sturkop.

Stephan Sturkop – Hulp aan Franse kinderen

In ‘Journal Officiel’ d.d. 11-7-1919 staat Stephan Sturkop (Zie Deel III – hoofdstuk 22), Nederlander, ‘aide-major’ 1ste klasse in het Nederlandse leger: heeft sinds januari 1918 gratis zijn zorg aan een groep van 50 Franse kinderen gegeven via een Amsterdams comité t.b.v. ziekenhuiswerk; heeft grote toewijding getoond tijdens een anginaepidemie en besmettelijke griep.

Nieuws uit de tijdschriften

In maart 2019 voegde www.delpher.nl een groot aantal oude tijdschriften toe aan haar digitale collectie. De naam Sturkop scoorde 93 hits; Sturhoofd geen enkele. Vele berichten gingen over de zwemsport en over dr. Stephan Sturkop, maar er waren ook enkele andere bij. Een klein aantal kan niet worden via internet worden ingezien. Daarvoor moet men naar de Koninklijke Bibliotheek, omdat ze van te recente datum zijn (na 1939).

Alexander Sturkop (1898-1943), zoon van Isaäc Sturkop en Maria Hont, van wie bekend was dat hij toentertijd in Den Haag als magazijnbediende werkte, werd in augustus 1921 als voorzitter gekozen van de Vakgroep Winkel- en Magazijnbedienden (aldus ‘Onze strijd’, het orgaan van den Algemeenen Nederlandschen Bond van Handels- en Kantoorbedienden).

Dat Cornelia Nicolette (Coks) Sturkop zo bedreven was in het schoonspringen was bekend, maar ook haar tweelingzus Anna Stephanie (Ans) Sturkop (1910-1994) deed in haar jonge jaren aan zwemsport. In januari deed mee zij tijdens het Winterzwemfeest van de H.D.Z. (Hollandsche Dames Zwemclub in het Zuiderbad te Amsterdam en zwom de 25 meter vrije slag voor nieuwelingen, in 18 3/5 seconde (aldus: ‘De Zwemkroniek’).

Ans werd zoals bekend lerares lichamelijke opvoeding. Dat zal de reden zijn dat zij in december 1919 toetrad als lid van haar beroepsvereniging (aldus: ‘De Lichamelijke Opvoeding’, het orgaan van de Vereeniging van Gymnastiek-Onderwijzers (L. en M.O.) in Nederland en hare afdeelingen). In april 1933 kon men bij haar aan de Willemsparkweg 25 kaartjes kopen voor het tweede lustrum der N.I.L.O.-club, aldus hetzelfde blad.

Van Cornelia Nicolette (Coks) Sturkop (1910-1928) was bekend dat zij was geselecteerd voor het schoonspringen van de Olympische Spelen 1928. Van haar zijn in de periode van 1926 (toen was zij vijftien jaar) tot 1930 berichten over haar behaalde plaatsen bij wedstrijden, soms met vermelding van de sprongen die zij maakte. Deze meldingen vullen de al bestaande grote verzameling aan (aldus: ‘De Zwemkroniek’).

Het boek over dr. Stephan Sturkop (1882-1953) behandelt alle onderwerpen waarover in deze nieuwe vrijgave wordt bericht en voegen dus nauwelijks iets daaraan toe. (Voor de goede orde: in dat boek wordt beschreven dat de berichtgeving vanuit de socialistische en vooral uit de communistische hoek tendentieus was.) Er is een ingezonden stuk met een klacht (juni 1920) over de ziekteverzekering, met als voorbeeld dr. Stürkop, ‘die in staat is elke waarachtig zieke voor simulant aan te kijken en alzo te behandelen’. Ondertekend door ‘Een van de voorkomende simulanten’. Een ander artikel (1924) meldt: ‘Minder goed is een andere kerel van stavast er afgekomen [] de klacht over dr. Sturkop, die als controlerend geneesheer van het postpersoneel er in slaagde om doden, die veinsden nog levend te zijn, weer naar het werk – niet aan het werk – te jagen.’ (aldus: ‘Grafisch weekblad’). Ook is er een lang artikel (1932) over de Bierbrouwerij ‘De Amstel’, waar dr. Stürkop als controlerend geneesheer ‘inging tegen een briefkaart van de huisarts, waarin stond dat zijn patiënt niet bij de controlerend geneesheer hoefde te komen. Nadat de arbeider hersteld was meldde hij zich bij dr. Sturkop om aan het werk te gaan. Toch hield de werkgever enkele uren van ’s mans loon in.’ (aldus: ‘De fabrieksarbeider’). De overige berichten waren al uit andere bronnen bekend.

Verreweg de meeste hits betreffen Nicolaas Robbert (Nico) Sturkop (1888-1972), jongere broer van de bovengenoemde Stephan en oom van Stephans dochters Ans en Coks). Alleen al van hem zijn er meer dan veertig hits. Zijn carrière als schoonspringer en elders in de zwemsport van Nederland en Nederlands Oost-Indië is in de boeken uitvoering belicht, maar de nu uitgekomen artikelen voegen nog tamelijk veel toe.

Ook kwamen tot nu toe onbekende foto’s aan het licht, alle genomen in Soerabaja:

Het lijkt er sterk op dat het schoonspringen deels zijn oorsprong vond in het turnen: (1913) Nico Sturkop was een turner, die als beste waterspringer wordt genoemd. Men stelt dat ‘deze schone sport bijna uitsluitend door turners in praktijk kan worden gebracht’. Regelmatig worden zijn successen toegelicht in turnkringen, zoals wanneer hij wordt genoemd als Nederlands kampioen in een internationale wedstrijd. Men trekt de vergelijking met het gelidsturnen aan de toestellen. ‘Wordt nog steeds niet geëvenaard in zijn verrichtingen in een sierlijke lichaamshouding.’ In de loop der jaren volgen de turners vaker zijn verrichtingen, getuige de volgende citaten: ‘Onze reeds jarenlange kampioen van Nederland, de heer Stürkop, heeft door deze eigenschappen veel voor op zijn, in het algemeen lichter in gewicht zijnde tegenstanders. Zijn lichaam zweeft na elke afsprong steeds prachtig omhoog, om daarna het overige gedeelte van de sprong uit te voeren, wat meestal uitstekend en zonder de minste foutieve houding gelukt. Zijn sprongen zijn altijd zeldzaam mooi, zijn springen is werkelijk ‘”schoonspringen’’’; ‘ ‘Bijna allen zijn turners van “Plato”, behalve de heer Sturkop lid van de zwemclub “De Jonge Kampioen”, uitstekend geoefend en prachtig springer’; ‘Ik werd ontvangen met een 1½ salto van Nico Sturkop. Voor de sprongen van de grote kampioen neem ik nog altijd diep mij hoed af; met medewerking van zo’n springer moet een zwemfeest altijd slagen.’ En: ‘met Sturkop aan het hoofd als de beste springer uit Nederland, die reeds 15 jaar het springen beoefend heeft.’ Dit laatste toont dat Nico als rond de eeuwwisseling het turnen verruilde voor het schoonspringen (aldus: ‘Turnblad’).
Het volgende komt uit nummers van ‘De Zwemkroniek’:
Er zijn weer veel verslagen en uitkomsten van wedstrijden schoonspringen, waarbij Nico de hoofdprijs behaalde en/of demonstraties gaf. Vanaf rond 1916 deed hij kennelijk niet meer mee aan wedstrijden (hij was al een eindje in de dertig). Hij werd nog vaak ten voorbeeld gesteld: ‘Zie daarvoor onze vriend Sturkop! die na elke afsprong prachtig omhoog zweeft [] Deze vaardigheid heeft hij echter pas na jarenlange oefening verkregen en nog steeds moet dit onderhouden worden, om er niet uit te raken.’ Demonstraties werden ook regelmatig buiten Amsterdam gegeven en na zijn vertrek naar Java in Nederlands Oost-Indië. Nico was vanaf 1914 ook scheidsrechter bij waterpolowedstrijden en floot soms wekelijks voor de eerste, tweede en derde klasse van de nationale competitie. We wisten al dat hij eerder zelf aan deze sport had meegedaan. In 1915 werd hij lid van de waterpolocommissie van de Nederlandsche Zwembond. Verder was hij jurylid bij het schoonspringen. Al deze bezigheden verrichtte hij ook na zijn vertrek naar Indië. In dat land gaf hij eveneens les aan scheidsrechters.
Een voorbeeld van zijn schrijfstijl, niet eens zo ouderwets, in een ingezonden stuk van zijn hand: ‘Tot mijn grote verwondering las ik in de ‘Zwemkroniek’ dat de zwemvereniging ‘Het Y’ de voor de wedstrijd vastgestelde verplichte sprongen is gaan wijzigen, gelet op de bezwaren die door de schoonspringer ingebracht. Ik kan mijn niet voorstellen welke bezwaren door springers kunnen worden ingebracht, wanneer de sprongen uitgeschreven zijn volgens de door de Nederlandsche Zwembond vastgestelde springtabel. Wat zal het Y-bestuur nu doen, wanneer tegen de thans verplicht gestelde sprongen ook weer eens bezwaren worden ingebracht? Ik vind het dan ook wel bijzonder vriendelijk, dat een vereniging voor enige deelnemers het programma wil wijzigen.’
In het boek was al verteld dat Nico zich op Java inzette Nico in als organisator van de zwemsport. Net zoals zijn oudere broer spat zijn inzet als bestuurder en motor ervan af.
In december 1928 hield het blad een interview met Nico, die op verlof was in Nederland. We krijgen een inkijkje in zijn kamer en in zijn persoon: ‘Zodra we hoorden, dat de ongeslagen oud-kampioen schoonspringer Nico Sturkop weer uit Indië in ons land was teruggekeerd, hebben we hem dadelijk eens opgezocht. Als je zo bij hem thuis komt, in zijn gezellige werkkamer, zou je niet zeggen, dat hij al acht jaar weg geweest is. Hij ziet er uit als Hollands welvaren, helemaal niet bruin getint, nog even dik als vroeger, kortom alsof hij nooit naar de Nederlandse overzeese bezittingen was geweest. Zijn bureau ligt vol snuisterijen en nuttige voorwerpen welke alle zonder onderscheid een stukje zwemsportgeschiedenis vertegenwoordigen. Tot zelfs een paar flinke zilveren bekers toe. De muurwanden waren “behangen” met vele gelijste foto’s, alsmede een lijst met medailles, waarop er meer dan 50 achter glas pronkten en getuigden van een druk zwemmersleven. En hoe gaat het met de zwemsport in Indië, zo vroegen we? Daarboven staat de Nederlandsch-Indische Zwembond. Volgens de heer Sturkop zou deze bond voor Indië moeten zijn was de F.I.N.A. is voor Europa. Wanneer er door een zwemmer een Indisch record gemaakt wordt bij een van deze bonden, dan zal de N.I.Z.B. dat natuurlijk ook homologeren. Hoe gaat het met de polocompetities? Kon dat maar. Als je een wedstrijd moet spelen tegen een club die zo ver weg is las van Amsterdam naar Marseille, dan komt er van een polocompetitie niet veel terecht. Jullie Hollanders hebt geen flauw idee hoe groot Indië is’. Dat de afstanden werkelijk een hindernis vormden blijft wel uit een bericht uit 1934. In een oproep aan oud-Indische zwemsporters voor een herdenkingswedstrijd ter gelegenheid van het tienjarig bestaan van de Nederlands-Indische Zwembond mijmert men: ‘Wie uwer denkt niet terug aam de tijd, dat wij voor één polomatch 28 uur in de trein zaten’. Ondertekend door het bestuur van Nederlands-Indische Zwembond, onder wie N. Sturkop te Soerabaja.
Er word veelvuldig gemeld dat Nico zich stevig inzette voor organisatie van de zwemsport in Indië. Maar in 1935 trad hij af als president van de Oost-Java Zwembond. In datzelfde jaar werd hij benoemd tot erelid van de Nederlands-Indische Zwembondmede, mede vanwege zijn grote inzet voor de promotie en het faciliteren voor het grote publiek van de zwemsport.
Tot slot: wanneer je als schoonspringer kampioen van Indië werd, dan kon je de Sturkop-wisselbeker winnen.

Dr. Stephan Sturkop – Aanvullingen

Onderscheidingen – Functies – ‘Geheimzinnig Tibet’

(betreft Deel III – hoofdstuk 22) Er staat een extra opsomming in het boek ‘De Nederlandsche ridderorden, 1900-1936’  van zijn onderscheidingen:
Officier in de Orde van Oranje-Nassau;
Kruis van Verdienste Nederlandse Rode Kruis;
Mobilisatiekruis; Medaille van het Duitsche Roode Kruis;
Eremedaille van het Duitsche Roode Kruis;
Ridder der Orde van het Legioen van Eer Frankrijk;
Officier der Orde van het Herstelde Polen (Polonia Resituta);
Medaille de la Reconnaissance Francaise.
In dat boek staat tevens een overzicht van zijn functies: Lees “Dr. Stephan Sturkop – Aanvullingen” verder

Maurice Adler

Over de Europees kampioen wielrennen en ondernemer Maurice (Maurits) Adler is veel informatie (zie aldaar) opgedoken. Daardoor ontstaat ook meer inzicht in de interesse van vader en zoon Isaäc en Stephan Roeg en hun naasten (betreft Deel III – hoofdstuk 22).

Krantenberichten

Nieuwsitem d.d. 16 juli 2017: De website www.delpher.nl stelde in juni 2017 een nieuwe oogst aan gedigitaliseerde tijdschriften beschikbaar, waarin de namen Sturkop en Sturhoofd veelvuldig voorkomen. In de nieuwsitems van 7 en 14 juli was daarover al een en ander vermeld; hier volgt de rest. Lees “Krantenberichten” verder

Genealogische aanvullingen

Nieuwsitem d.d. 24 juni 2017: De gemeente Amsterdam klaagde in 1849 onder anderen Koopman Alexander Sturkop (betreft Deel I – hoofdstuk 20) en zijn zwager Levie Mozes de Hond aan, omdat zij niet het onderhoud van de wallenkanten voor hun bedrijven op zich namen. Het kantongerecht veroordeelde hen, maar in februari 1850 verwierp de Hoge Raad dat vonnis. Lees “Genealogische aanvullingen” verder